1. Behoudens het bepaalde in de leden 2, 4, 7 en 8 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester buiten een horeca-inrichting een evenement te organiseren.

  2. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester in een horeca-inrichting een vechtsportwedstrijd of –gala te organiseren.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 weigert de burgemeester de vergunning voor een evenement, als bedoeld in artikel 2.14, tweede lid, onder f:

    1. als de organisator van slecht levensgedrag, als bedoeld in artikel 8 van de Alcoholwet, is;

    2. het evenement gevaar oplevert voor de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden;

    3. een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten is;

    4. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats waar het wordt gehouden.

  4. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op evenementen, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. het evenement een feest, barbecue, muziekvoorstelling of wedstrijd in de open lucht op één dag betreft;

    2. het aantal gelijktijdig aanwezige bezoekers niet meer bedraagt dan 250 personen;

    3. het evenement tussen 09.00 uur en 24.00 uur plaatsvindt;

    4. niet langer dan tot 23.00 uur muziek ten gehore wordt gebracht;

    5. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;

    6. er een organisator is.

  5. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu nadere regels stellen ten aanzien van de in het vierde lid bedoelde vergunningvrije evenementen.

  6. De burgemeester kan tot 5 werkdagen voor aanvang van een in het vierde lid bedoeld vergunningvrij evenement besluiten in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu het evenement te verbieden of alsnog voorschriften en beperkingen te stellen.

  7. Het verbod van het eerste lid is voorts niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  8. Het verbod van het eerste lid is voorts niet van toepassing op wielertoertochten tot en met 250 deelnemers, niet zijnde een pelotonstocht. Voor deze wielertoertochten geldt een meldingsplicht. De melding dient uiterlijk 6 weken voor de aanvang van het evenement te zijn ingediend.

  9. De burgemeester kan besluiten een meldingsplichtige wielertoertocht te verbieden dan wel de vergunning voor een vergunningplichtige wielertoertocht te weigeren indien de melding/aanvraag in strijd is met het vigerende wielerbeleid.

  10. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van wielertoertochten en pelotonstochten.

  11. Op de aanvraag van een vergunning, als bedoeld in het eerste of tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.