1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; of

    2. de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag (Nederland), uittreksel uit het strafregister (België), einfache Führungszeugnis (Duitsland) of een ander, met verklaring omtrent het gedrag gelijkgesteld document uit een ander land van herkomst met betrekking tot de aanvrager en leidinggevende overlegt die maximaal drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;

    3. de ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) een openbare inrichting heeft/hebben geëxploiteerd die evenwel op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde binnen drie jaar voor de aanvraag gesloten is geweest;

    4. redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. leidinggevende(n) van de in artikel 2.17 aanhef en onder a, onder 2 en 3 bedoelde openbare inrichtingen de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt;

    6. door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, eerste lid sub b en c, en tweede lid van de Alcoholwet worden gesteld.

  3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting, de openbare orde of openbare veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of

    2. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum;

    4. bedrijfskantine of -restaurant.

  5. Op de aanvraag van een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.