1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander vaar- en/of voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:

    1. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;

    2. op een plaats te parkeren, waar dit naar het oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een vaar- en/of voertuig dat voor recreatie wordt gebruikt op eigen terrein voor de voorgevelrooilijn binnen de bebouwde kom langer dan vijf achtereenvolgende dagen op een vanaf de openbare weg zichtbare plaats te hebben of te plaatsen.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a en het in het tweede lid gestelde verbod.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.