In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

  2. voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:

    1. treinen en trams;

    2. fietsen, bromfietsen;

    3. gehandicaptenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    4. kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;

  3. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.