Onverminderd het bepaalde in artikel 2:34a.15 kan

  1. het bevoegd gezag een inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten verklaren:

    1. indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;

    2. indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. indien het bevoegd gezag oordeelt, dat een van de in artikel 2:34a.12 genoemde situaties waarbij intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.

  2. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.

  3. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door het bevoegd gezag worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstan-digheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvin-den.

  4. Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.

  5. Het is een ieder verboden in een bij besluit van het bevoegd gezag gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.