1. Indien in een zeer uitzonderlijk geval blijkt dat op niveau van wijk/buurt/kern door plaatselijke omstandigheden geen sprake is van oneerlijke mededinging, kan door de burgemeester ontheffing worden verleend van de artikelen 2:34b.4 en 2:34b.5.

  2. De burgemeester kan aan de ontheffing als bedoeld in lid 1 voorschriften verbinden.

  3. De ontheffing kan tijdgebonden zijn.

  4. De ontheffing dient in de paracommerciële inrichting aanwezig te zijn.