1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

    1. Onder uitstalling wordt in dit artikel verstaan: een los element dat voor of in de directe omgeving van een pand in de openbare ruimte wordt geplaatst dan wel aanwezig is om al dan niet de aandacht te vestigen op een winkel of onderneming die in het pand gevestigd is, verdeeld in 2 categorieën:

      1. uitstallingen t.b.v. het tonen van producten zoals kleding- en schoenenrekken, vis- en broodkarren, rekken voor het uitstallen van fruit, kaarten, bloemen, uitzoekbakken etc.

      2. reclame- en overige uitstallingen zoals (elektrische speeltoestellen), reclameborden, hobbelbeesten (bijv. bij een speelgoedwinkel), sandwichborden, lopers etc.

  2. Het verbod geldt niet voor:

    1. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken, indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

    2. zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:

      • geen onderdeel zich minder dan (2,5) meter boven dat gedeelte bevindt; en

      • geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan (0,5) meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;

      • geen onderdeel verder dan (1,5) meter buiten de opgaande gevel reikt mits de inrichting van de weg dat toelaat;

    3. de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;

    4. voertuigen;

    5. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;

    6. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    7. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid;

    8. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;

    9. het uitstallen van bloemen, planten(bakken), groente, fruit, conform het uitstallingenbeleid gemeente Sittard-Geleen, onder de voorwaarden dat deze (gemeentebreed):

      • geplaatst worden direct tegen de gevel,

      • geplaatst worden voor het eigen (winkel)pand (hoekpanden langs twee gevels toestaan),

      • maximaal 1.50 meter diep uitgestald worden gemeten vanaf de gevel, met dien verstande dat het college aan winkels die direct grenzen aan de locatie van de weekmarkt ontheffing kan verlenen om op de dag van de reguliere weekmarkt een uitstalling van een nader te bepalen diepte te plaatsen, die ruimer is dan deze dieptemaat,

      • maximaal 1.50 meter hoog uitgestald worden,

      • behoudens in het voetgangersgebied in het kernwinkelgebied voor voetgangers en minder validen te allen tijde een vrije doorgang van minimaal 1.20 meter gewaarborgd wordt op het trottoir,

      • in het straatprofiel te allen tijde een vrije doorgang is gewaarborgd van minimaal 3,5 meter,

      • geen verkoopactiviteiten buiten plaatsvinden,

      • geen (nood)uitgangen belemmeren,

      • uitstallingen in portieken zijn toegestaan, mits een veilige doorgang van in/uitgangen en nooduitgangen geborgd is.

    10. het uitstallen van voorwerpen, conform het uitstallingenbeleid gemeente Sittard-Geleen, die zich bevinden in het kernwinkelgebied onder de voorwaarden dat deze:

      • maximaal 1 uitstalling per pand bedragen,

      • geplaatst worden direct tegen de gevel,

      • geplaatst worden voor het eigen (winkel)pand,

      • maximaal 1.00 meter diep, gemeten vanaf de voorgevel, uitgestald wordt,

      • maximaal 2.00 meter breed, waarvan maximaal 1 meter gebruikt mag worden voor uitstallingen als bedoeld in categorie 2 ingevolge lid 1 onder a,

      • maximaal 1.50 meter hoog, uitgestald wordt,

      • behoudens in het voetgangersgebied, voor voetgangers en minder validen te allen tijde een vrije doorgang van minimaal 1.20 meter gewaarborgd wordt op het trottoir in het straatprofiel te allen tijde een vrije doorgang is gewaarborgd van minimaal 3,5 meter

      • geen verkoopactiviteiten buiten plaatsvinden,

      • geen (nood)uitgangen belemmeren,

      • uitstallingen in portieken zijn toegestaan, mits een veilige doorgang van in/uitgangen en nooduitgangen geborgd is,

      • tijdens de St. Joepmarkt mogen op de St. Joepmarktroute (ambulante standhouders van buiten de gemeente) geen uitstallingen op gemeentegrond worden geplaatst; deze zijn uitsluitend toegestaan op eigen terrein;

    11. het uitstallen van voorwerpen, conform het uitstallingenbeleid gemeente Sittard-Geleen, die zich bevinden buiten het kernwinkelgebied onder de voorwaarden dat deze:

      • geplaatst worden tegen de gevel,

      • geplaatst worden voor het eigen pand (hoekpanden langs twee gevels toestaan),

      • voor voetgangers en minder validen te allen tijde een vrije doorgang van minimaal 1.20 meter gewaarborgd wordt op het trottoir,

      • in het straatprofiel te allen tijde een vrije doorgang is gewaarborgd van minimaal 3,5 meter,

      • geen verkoopactiviteiten buiten plaatsvinden,

      • geen (nood)uitgangen belemmeren,

      • uitstallingen in portieken zijn toegestaan, mits een veilige doorgang van in/uitgangen en nooduitgangen geborgd is;

    12. Het verbod in het eerste lid geldt eveneens niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement;

  3. Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:

    1. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg;

    2. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of;

    3. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  4. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

    1. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    2. indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    3. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

    1. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet;

    2. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken;

    3. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.