1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.

  2. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor bomen behorend tot houtopstand als bedoeld in artikel 11.111 lid 2 Besluit activiteiten leefomgeving:

    1. houtopstand die gelegen is buiten de bebouwingscontour, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:

      1. ofwel een oppervlakte beslaat kleiner dan 10 are;

      2. ofwel bestaat uit rijbeplanting van 20 of minder bomen, gerekend over het totale aantal;

      3. bomen of erven en in tuinen;

    2. bomen en houtopstand buiten de bebouwingscontour die zijn aangewezen als gemeentelijk erfgoed (gemeentelijk monument) of deel uitmaken van het waardevolle cultuurlandschap;

    3. een houtopstand in een tuin en erf behorende bij een woning waarbij het oppervlak van het perceel (erf inclusief bebouwing) kleiner dan 2000 m² is, tenzij de houtopstand voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van monumentale en waardevolle bomen;

    4. bomen in de openbare ruimte, in eigendom van de gemeente en behorende tot de in het kader van het bomenbeleidsplan vastgestelde tertiaire boomstructuur, die in het licht van de uitvoering van een (her)inrichtingsplan of het uitvoeringsplan bomenbeheer na samenspraak met de buurtbewoners dienen te worden gekapt;

    5. houtopstanden op industrieterreinen van meer dan 1 ha oppervlakte waarvoor het college een groenbeheerplan heeft goedgekeurd, tenzij de houtopstand voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van waardevolle of beeldbepalende bomen;

    6. gemeentelijke bomen in de tertiaire boomstructuur die na toepassing van de criteria ten aanzien van monumentaal en waardevol niet als zodanig in de vastgestelde lijst van waardevolle en monumentale bomen kunnen voorkomen.

    7. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of vanwege een op grond van artikel 172, tweede lid, van de Gemeentewet of artikel 4, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s gegeven bevel, zulks onverminderd het bepaalde in artikelen 12 en 13;

    8. het periodiek vellen van hakhout, een houtwal of een beplanting van bosplantsoen ter uitvoering van regulier onderhoud;

    9. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten;

    10. het dunnen van houtopstand.