Het is verboden op of aan het openbaar water een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen voor een:
a. vaartuig, niet zijnde een woonboot, buiten de daarvoor door het college aangewezen gedeelten;
b. woonboten buiten de in het omgevingsplan daarvoor bestemde locaties en zonder vergunning van het college.
Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a. het innemen, hebben, beschikbaar stellen, het gebruiken of het inrichten van een ligplaats;
b. het stellen van beperkingen naar soort en aantal vaartuigen en de gebruikstijden van de ligplaatsen.
Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het verboden een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen in strijd met de door het college vastgestelde nadere regels.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of het Binnenvaartpolitiereglement.