De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:
a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:6 gestelde eisen;
b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
c. indien het een aanvraag voor een seksinrichting betreft, het op grond van artikel 3:5 maximaal aantal te verlenen vergunningen in zijn geheel is verleend;
d. indien het een aanvraag voor een seksinrichting in de binnenstad betreft, onverminderd de weigeringsgrond onder c, het op grond van artikel 3:5 maximum aantal vergunningen voor seksinrichtingen in de binnenstad is verleend;
e. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in strijd zal worden gehandeld met de in artikel 3:9 opgenomen aanwezigheids- en/of toezichtseis.
In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van overlast;
c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
d. de veiligheid van personen of goederen;
e. de verkeersvrijheid of -veiligheid;
f. de gezondheid of zedelijkheid;
g. de arbeidsomstandigheden van de sekswerker.