indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; voor de omgevingsvergunningen als bedoeld in de artikelen 2:3, 2:5 en 4:7 bedraagt deze termijn 26 weken na het van kracht worden van de desbetreffende omgevingsvergunning;
indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
-
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.