1. Het is de eigenaar of schipper van een vaartuig met een lengte van meer dan 7 meter verboden zich met dat vaartuig te bevinden op de tot het recreatiegebied Vlietland behorende waterplassen.

  2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder lengte: de afstand van de voorkant van het voorste tot de achterkant van de achterste vaste deel van de romp, zonder de boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op:

  4. vaartuigen van de politie;

  5. vaartuigen toebehorende aan of uitsluitend gebezigd voor werken ten behoeve van de provincie Zuid-Holland, de gemeente Leidschendam-Voorburg en het Hoogheemraadschap van Rijnland;

  6. vaartuigen, die, komende van het Rijn- Schiekanaal een rechte oversteek maken naar de Meerburgerwatering en terugkeren via de Bakkersloot, waarvoor het Hoogheemraadschap van Rijnland een vaarvergunning heeft verleend.

  7. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  8. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.