1. Aan een krachtens deze afdeling verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van:

  2. natuur- en milieuwaarden;

  3. landschappelijke waarden;

  4. waarden van stadsschoon;

  5. waarden voor recreatie en leefbaarheid.

  6. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.

  7. Wordt een voorschrift als bedoeld in het tweede lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  8. De vergunning wordt van kracht zes weken na de datum van bekendmaking.

  9. De krachtens deze afdeling verleende vergunning vervalt indien daarvan niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden, volledig gebruik is gemaakt. In het geval van verplanten van houtopstand, kan het college een andere termijn bepalen.