1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste vier weken verdagen.

  3. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid, artikel 2:28 eerste lid, artikel 2:29 eerste lid, artikel 2:39 eerste lid en artikel 3:4 eerste lid.

  4. Op aanvragen als bedoeld in het derde lid beslist het bevoegde orgaan binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  5. In afwijking van het tweede lid kan het bestuursorgaan de termijn uit het derde lid voor ten hoogste acht weken verdagen.

  6. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.