1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

  2. standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  3. incidentele standplaats: het éénmalig, voor de duur van één dag, innemen van een standplaats door een ideële organisatie, voor het voeren van een maatschappelijke campagne of het deelnemen aan verkiezingen met een maximum van drie dagen per jaar.

  4. Onder standplaats wordt niet verstaan:

  5. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

  6. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.