Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 3. Evenementen
Afdeling 4. Toezicht op horecabedrijven
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf
Afdeling 11. Drugsoverlast
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling 13. Het tegen gaan van ondermijning
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 10. Haven en havenkanaal

Artikel 5.38

Toepassing van deze afdeling

Het bepaalde in deze afdeling is uitsluitend van toepassing op de haven en het havenkanaal in Elburg.

Artikel 5.39

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. havenmeester: de door of namens het college als zodanig aangewezen functionaris;

  2. schip: elk vaartuig daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten, hoe ook genaamd en van welke grootte, inhoud, toerusting of inrichting het ook zij;

  3. schipper: ieder, die aan boord van enig schip voortdurend of tijdelijk het gezag voert en bij ontbreken daarvan de rechthebbende op het schip;

  4. haven en havenkanaal: alle wateren vanaf het Drontermeer tot en met de havenkom, grenzend aan de vestingstad Elburg, voor zover in beheer bij de gemeente;

  5. ligplaats: vaste ligplaats of passantenligplaats;

  6. vaste ligplaats: een ligplaats bestemd voor de toewijzing van maximaal een jaar;

  7. passantenligplaats: een ligplaats voor vaartuigen die wordt toegewezen voor niet langer dan veertien aaneengesloten dagen;

  8. los- en laadplaats: gedeelte van de haven, bedoeld voor laad- en losactiviteiten van schepen;

  9. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

Artikel 5.40

Veilig vaargedrag

1. Het is verboden met een schip op zodanige wijze te varen of een lig- of laad- en losplaats in te nemen, dat de vrijheid van het scheepvaartverkeer, de veiligheid van de opvarenden of de veiligheid op het water zonder noodzaak in gevaar wordt gebracht of schade wordt of kan worden veroorzaakt.

2. Het is verboden zich op of in het water zodanig te gedragen dat daardoor hinder of last wordt of kan worden veroorzaakt.

3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is

Artikel 5.41

Verstoring orde en rust

1. Het is verboden:

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is

  1. te varen in de nabijheid van wedstrijden, waterfeesten, demonstraties of soortgelijke gebeurtenissen;

  2. ligplaats in te nemen in de nabijheid van als zodanig aangeduide broed- en rustplaatsen van waterwild.

Artikel 5.42

Vastleggen schepen

1. De rechthebbende op een schip is verplicht zodanige maatregelen te treffen dat dit vaartuig niet onbestuurd in openbaar vaarwater terecht kan komen.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.

Artikel 5.43

Aanwijzingen havenmeester

1. De schipper is verplicht de aanwijzingen van de havenmeester, te geven in het belang van de vrijheid van het scheepvaartverkeer, de veiligheid van de opvarenden, de veiligheid te water en alle overige aanwijzingen in het belang van een ordelijk havenverkeer, stipt en onverwijld op te volgen.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, d Telecommunicatiewet op de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.

Artikel 5.44

Voorwerpen op of in het water

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.24, eerste lid, is het toegestaan om in, onder of over het water en de aanlegsteigers kabels, kettingen, touwen of draden, voor zover dienende tot het meren of slepen van voertuigen, te leggen of te hebben.

2. De havenmeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, milieuhygiëne, het aanzien van de gemeente en de waarborging van de naleving van de overige bepalingen in deze afdeling, aan het in het eerste lid gestelde beperkingen stellen.

3. Aanwijzingen van de havenmeester, ter effectuering van de in de tweede lid genoemde beperkingen, dienen strikt en direct te worden opgevolgd.

Artikel 5.45

Dreggen en schepen opleggen

1. Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester:

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.

  1. in het water te dreggen, daarin naar voorwerpen te zoeken of daaruit voorwerpen te halen;

  2. een schip op te leggen.

Artikel 5.46

Slopen en baggerwerkzaamheden

Het is verboden zonder vergunning van het college in het havenkanaal of in de haven een schip of wrak te slopen of baggerwerkzaamheden te verrichten.

Artikel 5.47

Verwijdering onbeheerde voorwerpen

De havenmeester kan niet of niet voldoende bemand zijnde schepen, onbeheerd drijvende balken, palen of andere voorwerpen weren, verhalen of in bewaring nemen voor rekening en risico van de rechthebbende op deze voorwerpen.

Artikel 5.48

Handelingen aan schepen door onbevoegden

1. Het is verboden zonder toestemming van de rechthebbende op een schip dat schip te betreden, daarop voorwerpen te plaatsen, het schip te verhalen, los te maken of anderszins daarop of daaraan handelingen te verrichten.

2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien deze handelingen worden verricht door of op aanwijzing van de havenmeester.

Artikel 5.49

Vaarbeperkingen

1. Het is verboden in de haven en het havenkanaal te varen:

2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, onder e, bepaalde.

3. Het in het eerste en het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.

  1. met een schip dat een grotere diepgang en/of een grotere lengte en/of een grotere breedte heeft dan 2,50 meter respectievelijk 55 meter respectievelijk 7 meter;

  2. anders dan met gestreken zeilen;

  3. met een grotere snelheid dan 5 km. per uur;

  4. met een schip waarvan de lading nadelig is voor de volksgezondheid, gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid, overlast van ernstige aard veroorzaakt, of het aanzien van de gemeente schaadt;

  5. met naast elkaar gekoppelde of vastgemaakte schepen.

Artikel 5.50

Laden en lossen

1. Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen en goederen van welke aard ook, te laden, te lossen, over te slaan of op te slaan anders dan het gebruiksdoel van de ligplaats behorend.

2. Het is verboden goederen op zodanige wijze te laden, te lossen, over te slaan of op te slaan dat daardoor goederen in het water terechtkomen.

3. De schipper is verplicht in het water terechtgekomen goederen daaruit te verwijderen, zulks ten genoegen van de havenmeester.

Artikel 5.51

Innemen ligplaats

1. Het is verboden:

2. Het college kan in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente, van het bepaalde in het eerste lid, sub a, c, d, e en f ontheffing verlenen.

  1. een ligplaats in te nemen buiten de op grond van artikel 5.52 bestemde plaatsen;

  2. een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden in strijd met het bepaalde krachtens artikel (vergunningplicht vaste ligplaatsen) of 5.57 (toewijzing passantenligplaatsen);

  3. een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden indien daarvoor het verschuldigde havengeld niet is betaald;

  4. een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een schip dat bestemd is en gebezigd wordt voor het uitoefenen van een bedrijf of het al dan niet bedrijfsmatig aanbieden van goederen of diensten;

  5. een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een schip met het voornemen daarop of daaraan werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten welke ten doel hebben het schip daarna te gebruiken als, dan wel te bestemmen tot een schip als bedoeld onder d;

  6. een ligplaats in te nemen met een schip met het voornemen daarop of daaraan werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten welke ten doel hebben het schip daarna te gebruiken of te doen gebruiken als, dan wel te bestemmen tot een schip bestemd als woonschip.

Artikel 5.52

Indeling haven

1. Het college bepaalt welke delen van de haven en het havenkanaal worden bestemd als:

2. Het college wijst twee vaste ligplaatsen voor woonschepen aan. Elke ligplaats is bestemd voor één woonschip.

3. De op grond van het eerste lid vastgestelde indeling wordt vastgelegd en bijgehouden op een bij deze afdeling behorende kaart.

  1. los- en laadplaatsen;

  2. vaste ligplaatsen voor woonschepen;

  3. vaste ligplaatsen voor pleziervaartuigen en vissersschepen;

  4. passantenligplaatsen voor pleziervaartuigen en vissersschepen;

  5. ligplaatsen voor voormalige vissersschepen die door het gemeentebestuur van Elburg zijn aangewezen als varende monumenten;

  6. ligplaatsen voor een categorie schepen welke nader door het college kan worden bepaald.

Artikel 5.53

Vaste ligplaats

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een vaste ligplaats in te nemen of ingenomen te houden.

2. In de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld:

  1. naam, adres en woonplaats van de aanvrager;

  2. naam, adres en woonplaats van de eigenaar van het schip;

  3. verklaring dat aanvrager het gebruiksrecht van het schip heeft en het schip ook zelf gebruikt;

  4. lengte, breedte en diepgang van het schip;

  5. een zodanige omschrijving van het schip dat kan worden vastgesteld welke ligplaats volgens de in artikel 5.52 vastgestelde indeling, passend is voor het betreffende schip;

  6. de periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd indien de door aanvrager gewenste periode afwijkt van de periode en/of verlenging als bepaald in artikel 5.55A.

  7. Het college kan nadere regels stellen die voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk zijn.

  8. In de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

  9. naam, adres en woonplaats van de vergunninghouder;

  10. lengte, breedte en diepgang van het schip;

  11. de periode waarvoor de vergunning wordt verleend.

Artikel 5.54

Wachtlijsten vaste ligplaatsen

1. Het college stelt per categorie vaste ligplaatsen als bedoeld in artikel 5.52, lid 1, sub b,c,e en f een wachtlijst op, waarop aanvragen voor een vaste ligplaats op volgorde van binnenkomst staan vermeld.

2. Voor plaatsing op een wachtlijst is vereist dat de aanvrager verklaart het gebruiksrecht van het schip te hebben en het schip ook zelf gaat gebruiken indien een ligplaats wordt toegewezen.

3. In de aanvraag voor plaatsing op de wachtlijst wordt in ieder geval vermeld:

4. Plaatsing op de wachtlijst geschiedt op de dag dat door het college wordt vastgesteld dat aan het gestelde in het derde lid is voldaan en de gegevens en verklaring als zijnde waarheidsgetrouw worden bevonden.

5. Op de wachtlijst wordt in ieder geval aantekening gehouden van:

6. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.56, lid 5, geschiedt verwijdering van de wachtlijst door het college op één van de volgende gronden:

7. Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van een wachtlijst voor vaste ligplaatsen.

  1. de gegevens als bedoeld in artikel 5:53, lid 2;

  2. de verklaring als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

  3. de datum van plaatsing op de wachtlijst;

  4. de voor de aanvraag als bedoeld in het derde lid benodigde gegevens.

  5. op aanvraag van degene die de plaatsing op de wachtlijst heeft aangevraagd dan wel door degene die kan aantonen gerechtigd te zijn namens en in het belang van de aanvrager te handelen;

  6. door verlening van een vergunning voor een vaste ligplaats;

  7. indien, door het innemen van een ligplaats, gevaar, schade of hinder kan ontstaan voor de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne of het aanzien van de gemeente;

  8. indien aanvrager redelijkerwijs geen belang meer heeft bij plaatsing op de wachtlijst;

  9. indien degene die de plaatsing op de wachtlijst heeft aangevraagd een aangeboden ligplaats niet aanvaardt.

Artikel 5.55

Vergunningverlening vaste ligplaatsen

1. Verlening van een vergunning voor vaste ligplaatsen geschiedt in de volgende rangorde:

2. Een vergunninghouder verkrijgt geen recht op een specifieke ligplaats; indien een efficiënt gebruik van de ruimte in de haven dit gewenst maakt kan door de havenmeester een andere ligplaats worden aangewezen, zonder dat vergunninghouder enig recht op schadevergoeding heeft of compensatie voor wijziging van faciliteiten.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd indien verlening van de vergunning schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  1. aanvragers aan wie reeds een vergunning, niet zijnde een vergunning als bedoeld in artikel 5.56 is verleend voor de voorafgaande periode;

  2. aan aanvragers als bedoeld onder in het eerste lid, onder a, worden gelijkgesteld vergunninghouders die een aanvraag indienen voor een ligplaats voor een ander schip binnen dezelfde categorie, doch ongeacht de grootte van het schip;

  3. aanvragers die overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.54 volgens de volgorde van datum van plaatsing op de wachtlijst staan vermeld;

  4. aanvragers, die niet op een wachtlijst als bedoeld in artikel 5.53 staan vermeld, op volgorde van de datum van ontvangst van de aanvraag, die voldoet aan de eisen als gesteld in artikel 5.53, tweede lid.

Artikel 55A Tijdsduur vergunning

1. De vergunning voor een vaste ligplaats wordt verleend voor de periode, eindigende op 31 december van het jaar van vergunningverlening, behalve als de vergunning uitdrukkelijk voor een kortere periode wordt verleend.

2. Een vergunning voor een vaste ligplaats wordt jaarlijks, per kalenderjaar, automatisch verlengd, behalve als:

  1. vergunninghouder geen gebruik meer wil maken van de vergunning; vergunninghouder dient dit uiterlijk 2 maanden voor afloop van een kalenderjaar te melden aan het college;

  2. het college voor het einde van het kalenderjaar aan vergunninghouder meedeelt dat de vergunning niet wordt verlengd.

Artikel 55B Tijdelijk toewijzen andere vaste ligplaats

1. Het college kan jaarlijks maximaal 10 dagen aanwijzen waarop een vergunninghouder geen gebruik kan maken van een toegewezen vaste ligplaats.

2. Aan de vergunninghouder die op grond van lid 1 geen gebruik kan maken van een toegewezen vaste ligplaats wordt, tenzij de aard van het schip en de beschikbare ligplaatsen het onmogelijk maken, een andere ligplaats toegewezen.

3. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor woonschepen.

Artikel 5.56

Tijdelijke toewijzing

1. Een vaste ligplaats is tijdelijk niet toewijsbaar in geval van:

2. Het college is bevoegd in geval een vaste ligplaats tijdelijk niet toewijsbaar is, vergunning te verlenen voor maximaal drie maanden. De periode kan voor maximaal drie maanden worden verlengd.

3. De belangen als bedoeld in artikel 5.55, tweede lid, zijn bij de vergunningverlening voor een tijdelijke vaste ligplaats van overeenkomstige toepassing.

4. Degene aan wie tijdelijk een vergunning is verleend voor een vaste ligplaats, kan na afloop van de vergunningperiode, geen aanspraak maken op toewijzing van zijn aanvraag voor een andere vaste of passantenligplaats. Hij wordt ook niet aangemerkt als houder van een passantenligplaats als bedoeld in artikel 5.57.

5. Toewijzing van een tijdelijke ligplaats heeft geen verwijdering van een eventuele plaatsing op de wachtlijst, als bedoeld in artikel 5.54 tot gevolg.

  1. het ontbreken van passende gegadigden, blijkende uit het ontbreken van een passende inschrijving op de voor de vaste ligplaats geldende wachtlijst en het ontbreken van aanvragen voor deze ligplaats, en er voorts op korte termijn ook geen passende aanvraag wordt verwacht.

  2. noodzakelijke beheers- en onderhoudswerkzaamheden in of nabij de haven of havenkanaal.

Artikel 5.57

Passantenligplaatsen

1. Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester een passantenligplaats in te nemen of ingenomen te houden.

2. De toestemming kan mondeling en schriftelijk worden verleend en geschiedt op aanvraag.

3. In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld:

4. De aanvrager is verplicht eventuele overige voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijke gegevens aan de havenmeester te verschaffen.

5. De toestemming geldt slechts voor de aanvrager en het in de aanvraag vermelde schip.

6. Een woonschip mag als passant maximaal veertien aaneengesloten verblijven.

  1. naam, adres en woonplaats van de aanvrager;

  2. lengte, breedte en diepgang van het schip;

  3. een zodanige omschrijving van het schip dat door de havenmeester kan worden vastgesteld welke ligplaats, volgens de in artikel 5.52 vastgestelde indeling, passend is voor het betreffende schip;

  4. de periode waarvoor de toestemming wordt aangevraagd.

Artikel 5.58

Toe- en afwijzing passantenligplaatsen

1. Ligplaatsen voor passanten worden toegewezen op volgorde van datum van ontvangst van de aanvragen.

2. De havenmeester kan op basis van de volgende gronden afwijken van de in het eerste lid genoemde volgorde:

3. In afwijking van het bepaalde in dit artikel kan het college bepalen dat een of meerdere passantenligplaatsen voor een bepaalde periode niet worden toegewezen.

  1. ten behoeve van werkzaamheden in het belang van de instandhouding of wijziging van het havenkanaal, de waterkwaliteit, de kades en de overige tot de haveninfrastructuur behorende voorzieningen;

  2. vanwege een evenement als bedoeld in artikel 2.24 indien het evenement in of nabij de haven en het havenkanaal plaatsvindt en voor de organisatie van het evenement ligplaatsen nodig zijn dan wel dat toewijzing van ligplaatsen onevenredige schade, gevaar of hinder toebrengt aan het evenement;

  3. in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg