1. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die van af de weg zichtbaar is.
2. Het verbod geldt niet voor:
3. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.
4. In afwijking van artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:
5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor voorwerpen waarop artikel 2.10 van toepassing is.
6. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening;
7. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken;
8. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
-
onverlichte opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendige gedeelte van de onroerende zaak, tenzij deze in ernstige mate in strijd is met de redelijke eisen van welstand;
-
onverlichte opschriften of aankondigingen, daartoe aangewezen door de overheid;
-
onverlichte opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:
-
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
-
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;
-
onverlichte en verlichte opschriften of aankondigingen in gebieden op bedrijventerreinen die volgens de Welstandsnota als welstandsvrij zijn aangemerkt, tenzij deze worden geplaatst bij of op panden aan de randen van het bedrijventerrein en mits die betrekking hebben op het beroep, de dienst of het bedrijf dat op de onroerende zaak wordt uitgeoefend;
-
onverlichte en verlichte (mits niet periodiek oplichtend of bewegend) opschriften of aankondigingen die worden geplaatst bij of op panden aan de randen van het bedrijventerrein als bedoeld in de Welstandsnota indien het gaat om:
-
maximaal één opschrift of aankondiging per bedrijfsunit, die vlak op de gevel wordt geplaatst, die maximaal 2 meter hoog is en niet breder dan de helft van de breedte van de bedrijfsunit met een maximale breedte van 6 meter;
-
ii. maximaal 2 vrij geplaatste opschriften of aankondigingen op de onroerende zaak die niet breder zijn dan 2 meter en niet hoger dan 3,5 meter;
-
maximaal 1 vrij geplaatste vlag per bedrijf met een maximale stoklengte van 6 meter en een maximale oppervlakte van 4 m2,
-
mits die betrekking hebben op het beroep, de dienst of het bedrijf dat op de onroerende zaak wordt uitgeoefend;
-
onverlichte opschriften of aankondigingen in het beschermd stadsgezicht indien het gaat om:
-
maximaal 2 vlaggen per pand aan de gevel met een maximale stoklengte van 1 meter en een maximale oppervlakte van 1,5 m2
-
ii. maximaal 1 historisch verantwoord bord per gevel met een maximale oppervlakte van 0,5 m2 die op de gevel van de begane grond van een horecabedrijf wordt bevestigd met daarop de dag- dan wel weekaanbiedingen dan wel menu’s,
-
mits die betrekking hebben op het beroep, de dienst of het bedrijf dat op de onroerende zaak wordt uitgeoefend;
-
onverlichte opschriften of aankondigingen op panden met een detailhandelsbestemming, niet gelegen op bedrijventerreinen en niet in het beschermd stadsgezicht indien het gaat om:
-
maximaal 2 vlaggen per pand aan de gevel met een maximale oppervlakte van 1,5 m2,
-
mits die betrekking hebben op het beroep, de dienst of het bedrijf dat op de onroerende zaak wordt uitgeoefend;
-
onverlichte opschriften die betrekking hebben op de naam of de aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
-
onverlichte opschriften of aankondigingen dienstbaar aan het openbare vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
-
indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
-
in het belang van de verkeersveiligheid;
-
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheidgelegen onroerende zaak.