1. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk, in bijzondere gevallen, ontheffing verlenen van de in artikelen 2.34b, 2.34c en 2.34d opgenomen bepalingen en/of verboden.

2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Het college is bevoegd om voor dorps- en gemeenschapshuizen nadere regels vast te stellen voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.