In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. havenmeester: de door of namens het college als zodanig aangewezen functionaris;

  2. schip: elk vaartuig daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten, hoe ook genaamd en van welke grootte, inhoud, toerusting of inrichting het ook zij;

  3. schipper: ieder, die aan boord van enig schip voortdurend of tijdelijk het gezag voert en bij ontbreken daarvan de rechthebbende op het schip;

  4. haven en havenkanaal: alle wateren vanaf het Drontermeer tot en met de havenkom, grenzend aan de vestingstad Elburg, voor zover in beheer bij de gemeente;

  5. ligplaats: vaste ligplaats of passantenligplaats;

  6. vaste ligplaats: een ligplaats bestemd voor de toewijzing van maximaal een jaar;

  7. passantenligplaats: een ligplaats voor vaartuigen die wordt toegewezen voor niet langer dan veertien aaneengesloten dagen;

  8. los- en laadplaats: gedeelte van de haven, bedoeld voor laad- en losactiviteiten van schepen;

  9. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.