1. Het is verboden planten, paddenstoelen en mossen, behorende tot de in het tweede lid van dit artikel genoemde soorten of delen daarvan:
2. Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is van toepassing op:
3. Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel geldt niet, indien de in het eerste lid van dit artikel genoemde handelingen;
4. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod ontheffing verlenen, al dan niet onder voorschriften.
-
van hun groeiplaats te verwijderen;
-
onder zich te hebben of te koop aan te bieden.
-
de plantensoorten: lelietje-der-dalen (Convallaria majalis), beemdkroon (Knautia arvensis), duifkruid (Scabiosa columbaria), gagel (Myrica gale), brem (Sarothamnus scoparius), gele anemoon (Anemone ranunculoides), bosanemoon (Anemone nemorosa), dotterbloem (Caltha palustris), speenkruid (Ranunculus ficaria), margriet (Chrysanthemum Leucanthemum);
-
alle soorten paddestoelen (Funghi);
-
alle soorten veenmossen (Sphagnum);
-
alle soorten niet op stenen groeiende korstmossen (Lichenes);
-
kussentjesmos (Leucobryum glaucum).
-
betrekking hebben op planten gekweekt in tuinen of kwekerijen;
-
geschieden in het kader van werkzaamheden, die verband houden met normaal onderhoud en/of exploitatie van terreinen;
-
niet meer dan twee exemplaren of delen van de in het tweede lid onder b. genoemde paddenstoelen betreffen, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen de soorten paddenstoelen
-
niet meer dan één dm² van de in het tweede lid onder c. genoemde mossen betreffen.