Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 3. Evenementen
Afdeling 4. Toezicht op horecabedrijven
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf
Afdeling 11. Drugsoverlast
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling 13. Het tegen gaan van ondermijning
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 4. Toezicht op horecabedrijven

Artikel 2:27

Definitie

1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, een bed & breakfast met ten minste vier slaapplaatsen, een café, waterpijpcafé, cafetaria, afhaalcentrum, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid;

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Artikel 2:28

Exploitatievergunning openbare inrichting

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

3. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

4. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid als de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.

5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting zonder terras op een openbare plaats, die zich bevindt in:

6. De vergunning vervalt zodra de exploitant de exploitatie van de openbare inrichting feitelijk heeft beëindigd.

7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  1. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

  2. een zorginstelling;

  3. een museum;

  4. een bedrijfskantine of –restaurant;

  5. een lunchroom;

  6. een sportkantine;

  7. een ijssalon;

  8. een bed & breakfast; of

  9. een inrichting die zich bevindt in een dorpshuis en of gemeenschapshuizen.

Artikel 2.28a

Nadere eisen

1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 2.28 dient zowel de exploitant als de leidinggevende:

2. Het is verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de op de vergunning vermelde leidinggevende in de openbare inrichting aanwezig is.

  1. minimaal de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt

  2. te voldoen aan de eisen gesteld in het besluit eisen zedelijk gedrag Drank en horecawet 1999, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en

  3. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn

  4. niet onder curatele staan

Artikel 2:29

Sluitingstijd

1. Horecabedrijven zijn gesloten op maandag tot en met zaterdag tussen 1:00 uur en 7:00 uur, en op zondag tussen 00:00 uur en 7:00 uur.

2. Het bij het horecabedrijf behorende terras is alle dagen van de week gesloten tussen 00:00 uur en 7:00 uur.

3. Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 en in afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, kan de burgemeester in een vergunningvoorschrift van een horecabedrijf dat deelneemt aan het horecaconvenant bepalen dat: na 00:00 uur op zondag en na 1:00 uur op de overige dagen, geen nieuwe bezoekers meer in het horecabedrijf mogen worden toegelaten, en dat tussen 03:00 uur en 7:00 uur geen bezoekers meer in het horecabedrijf mogen verblijven.

6. Voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a en c gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel of museum.

7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

8. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:31

Verboden gedragingen

Het is verboden in een horecabedrijf:

  1. de orde te verstoren;

  2. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.

Artikel 2:32

Handel in horecabedrijven

De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33

Zwarte lijst

1. Het is de houder van een inrichting, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, verboden in die inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot zijn gezin behorende personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholhoudende drank plegen te maken en wier namen als zodanig schriftelijk door de burgemeester aan die houder zijn opgegeven.

2. Het is aan een persoon wiens naam ingevolge het bepaalde in het eerste lid door de burgemeester aan de houders van inrichtingen, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is opgegeven, verboden zich in een dergelijke inrichting te bevinden nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld.

3. Het verbod in het tweede lid geldt voor een bepaalde periode, die niet langer is dan een jaar.

Artikel 2:34

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg