In deze afdeling wordt verstaan onder:
-
alcoholhoudende drank;
-
horecabedrijf;
-
horecalokaliteit;
-
inrichting;
-
paracommerciële rechtspersoon;
-
sterke drank;
-
zwak alcoholhoudende drank;
-
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalokaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
zwak alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
1. In het horecabedrijf van een paracommerciële rechtspersoon wordt alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekt gedurende de periode beginnende met een uur voor aanvang en eindigende met een uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt in het horecabedrijf van een paracommerciële rechtspersoon alcoholhoudende drank uitsluitend vertrekt op werkdagen tussen 19:00 en 24:00 uur en op zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen tussen 13:30 en 24:00 uur.
1. Het is in het horecabedrijf van een paracommerciële rechtspersoon verboden om alcoholhoudende drank te schenken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
2. In afwijking van lid 1 hebben paracommerciële rechtspersonen de mogelijkheid om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens ten hoogste 6 bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
3. De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 5 werkdagen vóór een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid hiervan melding aan de burgemeester.
Het is verboden om in een horecabedrijf van een paracommerciële rechtspersoon sterke drank te verstrekken.
1. Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager ligt dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
2. Het is verboden vanuit een inrichting alcoholhoudende drank aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van een week of korter lager is dan 70% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
1. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk, in bijzondere gevallen, ontheffing verlenen van de in artikelen 2.34b, 2.34c en 2.34d opgenomen bepalingen en/of verboden.
2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Het college is bevoegd om voor dorps- en gemeenschapshuizen nadere regels vast te stellen voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
Naast de in artikel 1:6 vermelde intrekkings- en wijzigingsgronden kan de op grond van artikel 2:34f verleende ontheffing ook worden ingetrokken of gewijzigd indien zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.