1. Het college stelt per categorie vaste ligplaatsen als bedoeld in artikel 5.52, lid 1, sub b,c,e en f een wachtlijst op, waarop aanvragen voor een vaste ligplaats op volgorde van binnenkomst staan vermeld.
2. Voor plaatsing op een wachtlijst is vereist dat de aanvrager verklaart het gebruiksrecht van het schip te hebben en het schip ook zelf gaat gebruiken indien een ligplaats wordt toegewezen.
3. In de aanvraag voor plaatsing op de wachtlijst wordt in ieder geval vermeld:
4. Plaatsing op de wachtlijst geschiedt op de dag dat door het college wordt vastgesteld dat aan het gestelde in het derde lid is voldaan en de gegevens en verklaring als zijnde waarheidsgetrouw worden bevonden.
5. Op de wachtlijst wordt in ieder geval aantekening gehouden van:
6. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.56, lid 5, geschiedt verwijdering van de wachtlijst door het college op één van de volgende gronden:
7. Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van een wachtlijst voor vaste ligplaatsen.
-
de gegevens als bedoeld in artikel 5:53, lid 2;
-
de verklaring als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
-
de datum van plaatsing op de wachtlijst;
-
de voor de aanvraag als bedoeld in het derde lid benodigde gegevens.
-
op aanvraag van degene die de plaatsing op de wachtlijst heeft aangevraagd dan wel door degene die kan aantonen gerechtigd te zijn namens en in het belang van de aanvrager te handelen;
-
door verlening van een vergunning voor een vaste ligplaats;
-
indien, door het innemen van een ligplaats, gevaar, schade of hinder kan ontstaan voor de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne of het aanzien van de gemeente;
-
indien aanvrager redelijkerwijs geen belang meer heeft bij plaatsing op de wachtlijst;
-
indien degene die de plaatsing op de wachtlijst heeft aangevraagd een aangeboden ligplaats niet aanvaardt.