1. Het is verboden hinder of overlast te veroorzaken, dan wel zich zonder redelijk doel op te houden:

    1. in een portiek, nis, trap, poort of op een bordes op te houden;

    2. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw;

    3. in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling, winkelcentrum, abri of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte.

  2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.