1. De burgemeester weigert de vergunning:

    1. als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de exploitant en de leidinggevende(n) van de inrichting niet voldoen aan de in artikel 2:30 gestelde eisen.

  2. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, schorsen, intrekken of wijzigen als:

    1. het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

    2. de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

    3. de exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid;

    4. er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    5. de exploitant niet beschikt over een geldige inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    6. de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan of handelt in strijd met artikel 2:30 of 2:31;

    7. de exploitatie strijdig is met of niet voldoet aan de beleidsregels zoals opgenomen in het horeca(vergunningen)beleid of het exploitatieplan.