1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een A-, B of C-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.

  2. De burgemeester kan de vergunningaanvraag buiten behandeling stellen indien:

    1. een A-evenement niet ten minste vier weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd;

    2. de vooraankondiging van een B- of een C-evenement niet voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenementenoverzicht wordt vastgesteld, is ingediend;

    3. het B- of C-evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op het evenementenoverzicht welke is vastgesteld voor het jaar waarin het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd plaats zal vinden;

  3. Voor B- en C-evenementen die niet zijn aangemeld voor 1 november of niet zijn opgenomen in het evenementenoverzicht geldt dat de burgemeester de vergunningaanvraag buiten behandeling kan stellen indien niet ten minste zestien weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd.

  4. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator:

    1. onder curatele staat,

    2. in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of

    3. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.

  5. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

    1. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement;

    2. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;

    3. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd;

    4. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;

    5. de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is,

    6. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet;

    7. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen;

    8. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de gemeente Capelle aan den IJssel.

  6. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op:

    1. de plaats en het tijdstip van het evenement;

    2. de benodigde technische voorzieningen;

    3. de inrichting van het evenemententerrein;

    4. het activiteitenprogramma;

    5. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;

    6. het verkeersplan.

  7. De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste:

    1. de plaats waar het evenement wordt gehouden;

    2. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden;

    3. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers;

    4. de inrichting van het evenemententerrein;

    5. het activiteitenprogramma;

    6. de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid;

    7. het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;

    8. de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen.

  8. Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld.

  9. Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  10. Op het verbod is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.