1. Een afschrift van de exploitatievergunning is in de openbare inrichting aanwezig.

  2. De exploitant of leidinggevende meldt aan de burgemeester binnen een week een wijziging van de leidinggevende(n). Het beheer kan, tot op de aanvraag is beslist, tijdelijk worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende, als de exploitant of leidinggevende een bevestiging van de burgemeester kan tonen waaruit blijkt dat die nieuwe leidinggevende ten behoeve van bijschrijving op de exploitatievergunning is aangemeld.

  3. De exploitant meldt elke verandering waardoor zijn openbare inrichting niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 2:28, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, binnen één week schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  4. De exploitant beschikt over een geldige inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel.

  5. Na de beëindiging van de exploitatie door de exploitant, geeft deze daarvan binnen één week schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  6. De exploitant verstrekt op verzoek van de burgemeester een exploitatieplan als dit, naar oordeel van de burgemeester noodzakelijk is in verband met de beïnvloeding van de openbare inrichting op de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting.

  7. In een openbare inrichting, als deze geopend is voor bezoekers, is altijd aanwezig de exploitant of een leidinggevende. Het gebod geldt niet voor de vrijgestelde openbare inrichtingen genoemd in artikel 2:29.