In deze afdeling wordt verstaan onder speeltuin: alle terreinen die door de inrichting van speeltoestellen en speelvoorzieningen of door aanduiding met borden kennelijk bedoeld zijn voor het spelen van de jeugd tot en met 10 jaar.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Buren 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen, seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Openbaar water en waterstaatswerken
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd verkeer en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Vuurverbod
Afdeling Asverstrooiing
Afdeling
Artikel 5:39
Verbod betreden speeltuinen
Het is verboden om speeltuinen buiten de met borden aangegeven tijden te betreden zonder toestemming van de eigenaar of beheerder van de speeltuin.
Artikel 5:40
Detectieverbod
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2 Besluit Erfgoedwet archeologie is het verboden zonder ontheffing van het college van burgemeester en wethouders in het openbaar een metaaldetector of enig ander voorwerp, bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen te gebruiken of voor onmiddellijk gebruik voorhanden te hebben.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een bedrijf dat in het bezit is van een procescertificaat ‘Opsporen van Conventionele Explosieven’ als bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Het college kan algemene regels vaststellen op basis waarvan ontheffingen worden verleend als bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de wijze waarop van de ontheffing gebruik wordt gemaakt en de eisen waaraan een ontheffinghouder moet voldoen.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor degenen aan wie ingevolge artikel 5.2 van de Erfgoedwet een certificaat is verstrekt.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het opsporen van metalen voorwerpen in water met gebruikmaking van een magneet, in de vorm van magneetvissen.
Artikel 6:1
Sanctiebepaling
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen in deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 van deze verordening daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
In afwijking van het eerste lid van dit artikel is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11a, vierde lid van deze verordening.
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4:7a lid 1, 4:7b lid 2, 4:7b lid 3, 4:7c, 4:7d lid 1, 4:7e lid 1a, 4:7e lid 1b, 4:7e lid 2 en 4:13 lid 1 a,b,c,d bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 6:2
Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de opsporingsambtenaren genoemd in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering.
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 6:3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift opgenomen in een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4
Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening gemeente Buren 2022 wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt, per 1 januari 2025.
Artikel 6:5
Inwerkingtreding en overgangsbepaling
Deze verordening heeft onmiddellijke werking.
Besluiten die tot de intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid van deze verordening, van kracht waren en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Buren 2025.