1. Een ieder die het voornemen heeft een standplaats in te nemen, dient dit acht weken van te voren kenbaar te maken aan het college door middel van een daartoe door het college vastgesteld formulier.

  2. Het is verboden om een standplaats in te nemen:

    1. binnen 10 meter van de bochtstraal;

    2. als er in de directe nabijheid van die standplaats onvoldoende parkeergelegenheid aanwezig is;

    3. op of aan de N320, N834 en N835.

    4. op of aan de directe toegangswegen naar de veerponten;

    5. wanneer het innemen van de standplaats niet voldoet aan de eisen van het Besluit brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening.

  3. De burgemeester kan locaties aanwijzen aan de N320, N834 en N835 en op of aan de directe toegangswegen naar de veerponten, waarop het bepaalde in lid 2, onder c en d van dit artikel niet geldt en daarbij nadere voorschriften stellen.

  4. De burgemeester kan het innemen van een standplaats tijdelijk of permanent verbieden;

    1. in het belang van de openbare orde;

    2. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    4. in het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;

    5. wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het innemen van de standplaats een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

    6. vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.

  5. De standplaatshouder is verplicht om de standplaats en de directe omgeving schoon te houden en schoon achter te laten.

  6. Indien gebruik wordt gemaakt van een standplaats die gedurende een langere periode blijft staan, bijvoorbeeld zoals gebruikelijk bij de zogenaamde fruitstalletjes, moet de standplaats zijn verwijderd binnen zeven dagen nadat de verkoop van producten is beëindigd.