1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren en te houden.

  2. Bij de indiening van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden de gegevens bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen aangeleverd.

  3. De vergunning kan voor een periode van maximaal vijf jaar worden verleend.

  4. De vergunning die voor een periode van meer dan 1 jaar is verleend, vervalt van rechtswege als zich wijzigingen voordoen die betrekking hebben op de organisatie, activiteiten, de locatie of de omvang van het evenement.

  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid van deze verordening, kan als een aanvraag om vergunning voor een evenement wordt ingediend minder dan tien weken voor het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt, de burgemeester besluiten de aanvraag te weigeren dan wel niet te behandelen.

  6. De burgemeester kan bepalen dat één of meer categorieën van evenementen dan wel evenementen in één of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente, zijn vrijgesteld van het verbod in het eerste lid van dit artikel.

  7. De burgemeester kan nadere voorschriften vaststellen en/of bepalen dat voor het houden van een evenement, waarvoor de burgemeester vrijstelling als bedoeld in het zesde lid van dit artikel heeft verleend, een voorafgaande melding aan de burgemeester is verplicht.

  8. De burgemeester kan het houden van een evenement als bedoeld in het zesde lid van dit artikel verbieden wanneer door het houden van het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  9. Het verbod van het eerste lid van dit artikel geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10, juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.