1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid van deze verordening geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

  2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid van dit artikel beperken door een verbod in te stellen:

    1. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of

    2. voor bepaalde dagen en uren.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.