Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg of voor de verkeersveiligheid;
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, dit naar het oordeel van de welstandscommissie.
er gebruik wordt gemaakt van verkeersborden, verwijzingsborden, waarschuwingshekken of ander straatmeubilair.
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.
Het college van burgemeester en wethouders kan voor bepaalde vormen van gebruik van de weg vrijstelling verlenen van het bovenstaande verbod. Het college kan hiervoor nadere regels stellen.
Het college van burgemeester en wethouders kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van de aanwezigheid van spandoeken en uitstallingen.
Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod.
Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op de reclame-uitingen op rotondes waarbij gebruik wordt gemaakt van reclameborden met een maximale omvang van 40 bij 60 centimeter en voor die rotonde een adoptie-overeenkomst is gesloten.
Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet:
als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan met een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 (evenementenvergunning);
voor de exploitatie van terrassen als bedoeld in artikel 2:27 van deze verordening;
als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan op grond van artikel 5:18 van deze verordening;
indien dit bij of krachtens wettelijk voorschrift nadrukkelijk is toegestaan.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de geldende Omgevingsvergunning Gelderland of waterschapsverordening of op situatie waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Algemene Verordening Kabels en Leidingen.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Buren 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen, seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Openbaar water en waterstaatswerken
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd verkeer en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Vuurverbod
Afdeling Asverstrooiing
Afdeling
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun werkzaamheden.
Het verbod s voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de geldende Omgevingsvergunning Gelderland of waterschapsverordening of op situatie waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet en de Algemene Verordening Kabels en Leidingen.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen waarin onder andere nadere toetsingscriteria worden vastgelegd.
Onverminderd artikel 1:8 van deze verordening kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de geldende Omgevingsvergunning Gelderland of waterschapsverordening.
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.
Artikel 2:15a
Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden
Degene die gladheid en of verontreiniging op de weg veroorzaakt, dient deze terstond bij gevaar voor de verkeersveiligheid of bij gevaar voor beschadiging van het wegdek te reinigen.
In overige gevallen (iedere dag) na het beëindigen van de werkzaamheden.
Artikel 2:16
Openen straatkolken e.d.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.