1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2 Besluit Erfgoedwet archeologie is het verboden zonder ontheffing van het college van burgemeester en wethouders in het openbaar een metaaldetector of enig ander voorwerp, bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen te gebruiken of voor onmiddellijk gebruik voorhanden te hebben.

  2. Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een bedrijf dat in het bezit is van een procescertificaat ‘Opsporen van Conventionele Explosieven’ als bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

  3. Het college kan algemene regels vaststellen op basis waarvan ontheffingen worden verleend als bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de wijze waarop van de ontheffing gebruik wordt gemaakt en de eisen waaraan een ontheffinghouder moet voldoen.

  4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor degenen aan wie ingevolge artikel 5.2 van de Erfgoedwet een certificaat is verstrekt.

  5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het opsporen van metalen voorwerpen in water met gebruikmaking van een magneet, in de vorm van magneetvissen.