-
Het is verboden in de berm van een weg binnen de bebouwde kom een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
-
Het college kan daarnaast wegen binnen en buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het verboden is een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene Plaatselijke Verordening Borger-Odoorn 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen.
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie- overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 5:5
Voertuigwrakken
-
Het is verboden een voertuig op de weg te parkeren dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en/of een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen en andere voertuigen
-
Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor recreatie wordt gebruikt dan wel uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan 5 achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg of plaats waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
-
De rechthebbende op een voertuig als genoemd in het 1e lid wordt geacht met het voertuig op dezelfde plaats te zijn gebleven als het voertuig binnen een straal van 500 meter - hemelsbreed gemeten - vanaf de in het 1e lid bedoelde plaats staat.
-
Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd in het 1e lid verboden het voertuig binnen 5 dagen nadat het is verplaatst, opnieuw op de in het 1e lid bedoelde plaats neer te zetten.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het 1e lid gestelde verbod.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
-
Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
Artikel 5:7
Parkeren van reclamevoertuigen
-
Het is verboden om een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken.
-
Het college kan ontheffing verlenen van dat verbod.
-
Op aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8
Parkeren van grote voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de aanwezige bedrijventerreinen.
-
Het verbod in het 1e lid is niet van toepassing op laden en lossen.
-
Het is een verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
-
Het verbod in het 3e lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 18.00 uur.
-
Het verbod in het 3e lid is ook niet van toepassing op kampeermiddelen als bedoeld in artikel 5:6 van deze verordening, voor zover deze voertuigen niet langer dan 5 achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of geparkeerd.
-
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden gesteld in het 1e en 2e lid.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers van dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
-
Van hinderlijk parkeren als bedoeld in de vorige zin is in elk geval sprake wanneer het voertuig wordt geparkeerd binnen een afstand van 20 meter vanaf de dichtstbijzijnde gevel van een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw.
-
Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
-
Het is verboden met een voertuig te rijden door, of deze te doen staan of te laten staan in, een park, plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook
-
Dit verbod is niet van toepassing op:
de weg;
de voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;
voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:12
Overlast van fietsen of bromfietsen
-
Het is verboden een fiets of bromfiets te plaatsen of te laten staan op een plaats in de open lucht binnen een door burgemeester en wethouders aangegeven gebied.
-
Het college kan de werking van het in het 1e lid gestelde verbod beperken tot nader aan te duiden dagen en uren.
-
Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor door het college te bepalen plaatsen binnen het gebied.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:13
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateur werving
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of gedeeltelijk voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Onder een inzameling als bedoeld in het 1e lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:
in besloten kring; of
door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving plaatsvindt overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gestelde regels.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:14
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
-
Onder venten wordt niet verstaan:
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160 1e lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15
Ventverbod
-
Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Het verbod is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.
Artikel 5:17
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel.
-
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160 1e lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen.
-
Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
als de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20
Afbakeningsbepalingen
-
Artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening Drenthe.
-
De weigeringsgrond van artikel 5:18 3e lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5:32
Crossterreinen
-
Het is verboden op enig terrein geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel ter voorbereiding van een wedstrijd een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van ander milieuwaarden;
de veiligheid van de deelnemers van de in het 1e lid bedoelde wedstrijden en ritten of het publiek.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidsproductie sportmotoren.
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur te stoken
-
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden bof anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
-
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels e.d.;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, mits geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale omgevingsverordening Drenthe of bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:35
Definitie
In deze afdeling wordt onder incidentele as verstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:36
Verboden plaatsen
-
Incidentele as verstrooiing is verboden op:
verharde delen van de weg;
gemeentelijke begraafplaatsen.
-
Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het 1e lid as verstrooiing plaats vindt.
-
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het 1e lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Artikel 5:37
Hinder of overlast
Incidentele as verstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.