1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor recreatie wordt gebruikt dan wel uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan 5 achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg of plaats waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

  2. De rechthebbende op een voertuig als genoemd in het 1e lid wordt geacht met het voertuig op dezelfde plaats te zijn gebleven als het voertuig binnen een straal van 500 meter - hemelsbreed gemeten - vanaf de in het 1e lid bedoelde plaats staat.

  3. Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd in het 1e lid verboden het voertuig binnen 5 dagen nadat het is verplaatst, opnieuw op de in het 1e lid bedoelde plaats neer te zetten.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het 1e lid gestelde verbod.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

  6. Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.