Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:
nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:
nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:
op het gebied van hygiëne;
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
ter voorkoming van strafbare feiten.
De door de exploitant te treffen maatregelen bedoeld in het 1e lid onderdelen a en b waarborgen dat:
de hygiëne in de seksinrichting voldoet aan algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor de prostituees;
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
de prostituees zich regelmatig kunnen laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en dat zij door de exploitant voldoende geïnformeerd zijn over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
de prostituees klanten, diensten en bijvoorbeeld alcohol en drugs kunnen weigeren zonder dat dit gevolgen heeft;
aan de exploitant of beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
de exploitant aan de voor of bij hem werkende prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als de prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;
de overlast voor de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
Het bedrijfsplan wordt overlegd bij de vergunningaanvraag.
De exploitant meldt een wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het 1e en 2e lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.
De rechten van de prostituees, die gewaarborgd worden op grond van het 2e lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant.
In de seksinrichting wordt in tenminste 2 talen te weten Nederlands en Engels en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
De exploitant of beheerder is aanwezig gedurende de tijden dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
De exploitant van een prostitutiebedrijf zorgt er voor dat:
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval:
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
als dat van toepassing is, de verhuuradministratie;
als dat van toepassing is, de werkroosters van de beheerders;
de bedrijfsadministratie wordt bewaard, met inachtneming van de wettelijke termijnen en dat deze te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;
medewerkers van gemeentelijke gezondheidsdiensten en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn om voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting onverwijld bij de politie worden gemeld;
onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende tenminste 1 maand geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning. Deze melding bevat de reden daarvan en de verwachte duur;
gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.