1. Het is verboden op enig terrein geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel ter voorbereiding van een wedstrijd een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van ander milieuwaarden;

    3. de veiligheid van de deelnemers van de in het 1e lid bedoelde wedstrijden en ritten of het publiek.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidsproductie sportmotoren.