1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. de openbare orde en veiligheid;

    3. de gezondheid of zedelijkheid;

    4. de bescherming van het woon- en leefmilieu;

    5. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en goederen.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.