Algemene Plaatselijke Verordening Borger-Odoorn 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie- overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:41

Betreden gesloten woning of lokaal

  1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

  2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

  3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:42

Plakken en kladden

  1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

  2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is:

    1. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

    2. met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

  3. Het in het 2e lid gestelde verbod is niet van toepassing als gehandeld wordt krachtens een wettelijk voorschrift.

  4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

  5. Het is verboden de in het 4e lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

  6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.

Artikel 2:43

Vervoer plakgereedschap e.d.

  1. Het is verboden op de weg of openbaar water een aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Dit verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.

Artikel 2:44

Vervoer inbrekerswerktuigen en voorwerpen om het plegen van winkeldiefstal gemakkelijker te maken

  1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels voorwerpen om het plegen van winkeldiefstal gemakkelijker te maken te vervoeren of bij zich te hebben.

  3. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen kennelijk niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het 1e en 2e lid bedoelde handelingen.

Artikel 2:47

Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

  1. Het is verboden op een openbare plaats:

    1. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

    2. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden overlast of hinder veroorzaakt.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:48

Verboden drankgebruik

  1. Het is verboden om op of aan de weg binnen de bebouwde kom aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich te hebben of alcoholhoudende drank te nuttigen.

  2. Het bepaalde in het 1e lid geldt niet voor:

    1. een terras dat hoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

    2. een plaats niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a., waarvoor een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet geldt;

    3. door het college aangewezen plaatsen.

Artikel 2:49

Verboden gedrag bij of in gebouwen

  1. Het is verboden:

    1. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;

    2. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

  2. Het is aan anderen dan de bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw en soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50

Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten vallen in elk geval: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:57

Loslopende honden

  1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    1. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    2. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

    3. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;

    4. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk waaruit blijkt wie de eigenaar of houder van de hond is.

  2. Het bepaalde in het 1e lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  3. Het verbod genoemd in het 1e lid onder a tot en met c geldt niet voor de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 2:58

Verontreiniging door honden

  1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd:

    1. op een openbare plaats binnen de bebouwde kom;

    2. op een gedeelte van de weg buiten de bebouwde kom dat bestemd is of ook bestemd voor het verkeer van voetgangers;

    3. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of recreatiegebied buiten de bebouwde kom;;

    4. op een andere door het college aangewezen plaats.

  2. Degene die zich met een hond in de openbare ruimte begeeft is verplicht, als de hond zich in de openbare ruimte bevindt, ervoor te zorgen een doeltreffend hulpmiddel dat als zodanig is

    bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen, bij zich te dragen. Onder een doeltreffend hulpmiddel moet in ieder geval worden verstaan een daarvoor geschikt stevig zakje, een schepje of een hondenpoepgrijper. Op de eerste vordering van de ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van één of meer bepalingen van deze verordening, moet de eigenaar of houder dit hulpmiddel tonen.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

    1. Die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

    2. Die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

    Gelet op de bepalingen in de Gemeentewet, in het bijzonder artikel 149, van de gemeentewet;

Artikel 2:59

Gevaarlijke of hinderlijke honden

  1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en/ of muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

  2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

  3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

    1. vervaardigd is van stevig kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

    2. door middel van een stevige riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

    3. zodanig is gemaakt dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

  4. Een hond als bedoeld in het 1e lid dient voorzien te zijn van een microchip met een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer die met een chipreader afleesbaar is.

Artikel 2:59a

Gevaarlijke honden op eigen terrein

Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond en hem die een hond onder zijn toezicht heeft, verboden deze hond op zijn erf zonder muilkorf los te laten lopen als de burgemeester heeft meegedeeld dat hij het dier gevaarlijk of hinderlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings- opsporings- en verdedigingswerk, tenzij:

  1. op een vanaf de weg zichtbare plaats een - ter beoordeling van de burgemeester - duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

  2. de brievenbus bereikt kan worden en aangebeld kan worden zonder dat men het erf hoeft te betreden;

  3. het erf voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond zonder menselijke tussenkomst niet buiten het erf kan komen.

Artikel 2:65

Bedelarij

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Borger-Odoorn 2025