-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degenen die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het 3e lid.
-
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene Plaatselijke Verordening Borger-Odoorn 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen.
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie- overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, 1e lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en tenminste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging organiseert;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging;
de plaats van de betoging en, voor zover van toepassing, de route;
voor zover van toepassing de wijze van samenstelling; en
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop van de betoging te bevorderen.
-
Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van de betoging vooraf gaat, vóór 12.00 uur.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek buiten deze termijn een kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats
-
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
een gevaar is voor de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het 1e lid.
-
De ontheffing wordt door het bevoegde gezag verleend als omgevingsvergunning als het in het 1e lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet.
-
Het verbod in het 1e lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
-
Het verbod in het 1e lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
-
Op de aanvraag, niet zijnde een omgevingsvergunning, om een vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:11
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wegen verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening Drenthe, de waterschapsverordening en de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Borger-Odoorn.
-
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde;
het voorkomen of beperken van schade of overlast, door de werkzaamheden toegebracht aan de gemeente of aan derden;
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen;
de bescherming van het milieu;
Het omgevingsplan.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
-
Het is verboden zonder vergunning van het college:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;
Wanneer het Omgevingsplan een vergunning niet toestaat.
-
Het verbod in het 1e lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de waterschapsverordening of de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
Artikel 2:16
Openen straatkolken e.d.
Het is aan degenen die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van 30 meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
De verboden in het 1e lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
-
Het rookverbod is niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen of op aangrenzende erven.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het 1e lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:24
Definities
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen in een daarvoor bestemde inrichting;
markten als bedoeld in artikel 160, 1e lid onder g van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de Kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie, snuffel- of rommelmarkt op of aan de weg;
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een straatfeest of -barbecue;
vechtsportwedstrijden of -gala’s.
-
Voor een evenement wordt de volgende classificering gehanteerd:
Categorie A: Laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en de gevolgen voor het verkeer beperkt zijn.
Categorie B: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer.
Categorie C: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van grote impact op de omgeving en/of gevolgen voor het verkeer.
Artikel 2:25
Evenement
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens aangeleverd als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, 1e lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
-
Het verbod van het 1e lid geldt niet voor een wedstrijd op- of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Voor vergunningsplichtige evenementen geldt dat de vergunning minimaal 12 weken voorafgaand aan de datum van het evenement aangevraagd moet worden.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als naar zijn oordeel:
het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats waar het wordt gehouden;
er vanwege het aantal verschillende evenementen in een periode van 2 maanden op of in de nabijheid van de locatie van het evenement, dan wel de duur van het evenement, er onvoldoende waarborgen bestaan dat de openbare orde of de woon- en leefsituatie in de omgeving niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.
-
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, en het in artikel 2.25a bepaalde is het verboden een evenement te organiseren bij extreme weersomstandigheden. Van extreme weersomstandigheden is sprake bij weeralarm (code rood), zoals bekend gemaakt door het KNMI te De Bilt.
-
Op de vergunning bedoeld in het 1e lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdige beslissing) niet van toepassing.
Artikel 2:25a
Vergunningsvrije kleine evenementen
-
Het verbod van artikel 2:25 lid 1 geldt niet voor kleine evenementen als:
er een organisator is, en
het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 100 personen op enig moment tijdens het evenement, en
het evenement plaatsvindt op maandag tot en met donderdag tussen 10.00 uur en 24.00 uur, op vrijdag en zaterdag tussen 10.00 uur en 01.00 uur en op zondag tussen 13.00 uur en 24.00 uur, en
geen alcoholhoudende drank wordt verkocht, en
het evenement niet leidt tot een belemmering voor het verkeer en de hulpdiensten, of zorgt voor verkeerssituaties waardoor de verkeersveiligheid in het gevaar komt, en
Er maximaal drie kleine objecten geplaatst worden, waarbij de oppervlakte per object niet meer bedraagt dan 16 vierkante meter, met een totale oppervlakte van alle objecten samen van maximaal 25 vierkante meter, en
Minstens vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan een melding is gedaan aan de burgemeester.
-
De burgemeester kan, onverlet het in lid 1 bepaalde, nadere voorschriften geven of besluiten het evenement te verbieden of voortijdig te beëindigen als door het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Artikel 2:26
Ordeverstoring
-
Het is verboden om onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden, deze te veroorzaken of anderszins de openbare orde te verstoren.
-
Het is verboden messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.
-
Eenieder is verplicht alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van de openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.
Artikel 2:27
Definities
-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, coffeeshop, cafetaria, snackbar, discotheek, bar, buurthuis, clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid.
-
Onder een openbare inrichting wordt mede verstaan een door de burgemeester aangewezen bedrijf waar andere dienstverlenende of detailhandelsgerichte activiteiten plaatsvinden, al dan niet met horeca gerelateerde activiteiten.
-
Een buiten de in het 1e lid bedoelde besloten ruimte liggend deel zoals een terras, waar sta- of zitgelegenheid wordt geboden en waar dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directie consumptie kunnen worden bereid of verstrekt, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan
-
Het verbod in het 1e lid geldt ook niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum;
school;
bedrijfskantine of -restaurant;
tenzij die inrichting specifiek is aangewezen door de burgemeester. In deze gevallen is er wel een vergunning nodzakelijk.
-
De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot:
de wijze en het moment van aanvraag van de vergunning;
de bij de aanvraag te overleggen documenten;
de persoon/het levensgedrag van de exploitant en de feitelijke leidinggevenden van de openbare inrichting;
de plicht tot het informeren van het bevoegde gezag over in de nadere regels aangegeven zaken, alsmede de manier van informeren en het moment waarop.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als niet voldaan wordt aan de nadere regels als bedoeld in het 4e lid.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, mits het verlenen van een vergunning voor het afwijkend gebruik niet mogelijk is.
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren als de aanvrager geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) met betrekking tot de aanvrager en/of exploitant en/of leidinggevende(n) overlegt die is afgegeven uiterlijk 3 maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend.
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
-
Het niet voldoen aan nadere regels als bedoeld in het 4e lid is een grond voor het intrekken van een al verleende vergunning.
-
Op de vergunning bedoeld in het 1e lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdige beslissing) niet van toepassing.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Het is verboden een terras als bedoeld in artikel 2:27 lid 3 voor bezoekers geopend te houden op zondag tot en met zaterdag tussen 24.00 en 09.00 uur.
-
Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
De burgemeester kan door middel van een voorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden verlenen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Sluitingstijd, tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het 1e lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich aldaar te bevinden gedurende de tijd dat de inrichting gesloten moet zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30 1e lid;
op het tot de openbare inrichting behorende terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:30 en 2:31 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalokaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf;
zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
-
Een paracommerciële rechtspersoon kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken tot 2 uren na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de betreffende paracommerciële rechtspersoon, met een eindtijd van ten hoogste 01.00 uur.
-
Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn, met uitzondering van:
ten hoogste 12 bijeenkomsten per kalenderjaar in het geval van een paracommerciële rechtspersoon van sociaal-culturele aard;
ten hoogste 4 bijeenkomsten per kalenderjaar in geval van een andere paracommerciële rechtspersoon;
mits de eindtijd van die bijeenkomsten niet is gelegen na 01.00 uur.
-
Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om sterke drank als bedoeld in artikel 1 lid 1 Alcoholwet te verstrekken.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het in het 2e lid gestelde verbod is niet van toepassing als gehandeld wordt krachtens een wettelijk voorschrift.
-
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de in het 4e lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap e.d.
-
Het is verboden op de weg of openbaar water een aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Dit verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen en voorwerpen om het plegen van winkeldiefstal gemakkelijker te maken
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels voorwerpen om het plegen van winkeldiefstal gemakkelijker te maken te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen kennelijk niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het 1e en 2e lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is verboden om op of aan de weg binnen de bebouwde kom aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich te hebben of alcoholhoudende drank te nuttigen.
-
Het bepaalde in het 1e lid geldt niet voor:
een terras dat hoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
een plaats niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a., waarvoor een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet geldt;
door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden:
zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan de bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw en soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten vallen in elk geval: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:57
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;
op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk waaruit blijkt wie de eigenaar of houder van de hond is.
-
Het bepaalde in het 1e lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het verbod genoemd in het 1e lid onder a tot en met c geldt niet voor de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd:
op een openbare plaats binnen de bebouwde kom;
op een gedeelte van de weg buiten de bebouwde kom dat bestemd is of ook bestemd voor het verkeer van voetgangers;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of recreatiegebied buiten de bebouwde kom;;
op een andere door het college aangewezen plaats.
-
Degene die zich met een hond in de openbare ruimte begeeft is verplicht, als de hond zich in de openbare ruimte bevindt, ervoor te zorgen een doeltreffend hulpmiddel dat als zodanig is
bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen, bij zich te dragen. Onder een doeltreffend hulpmiddel moet in ieder geval worden verstaan een daarvoor geschikt stevig zakje, een schepje of een hondenpoepgrijper. Op de eerste vordering van de ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van één of meer bepalingen van deze verordening, moet de eigenaar of houder dit hulpmiddel tonen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
Die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
Die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Gelet op de bepalingen in de Gemeentewet, in het bijzonder artikel 149, van de gemeentewet;
Artikel 2:59
Gevaarlijke of hinderlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en/ of muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevig kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is gemaakt dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Een hond als bedoeld in het 1e lid dient voorzien te zijn van een microchip met een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:59a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond en hem die een hond onder zijn toezicht heeft, verboden deze hond op zijn erf zonder muilkorf los te laten lopen als de burgemeester heeft meegedeeld dat hij het dier gevaarlijk of hinderlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings- opsporings- en verdedigingswerk, tenzij:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een - ter beoordeling van de burgemeester - duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
de brievenbus bereikt kan worden en aangebeld kan worden zonder dat men het erf hoeft te betreden;
het erf voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond zonder menselijke tussenkomst niet buiten het erf kan komen.
Artikel 2:65
Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:71
Definitie
Voor de definitie van consumentenvuurwerk wordt aangesloten bij de definitie in het Vuurwerkbesluit.
Artikel 2:73
Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
-
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
-
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429 aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a
Gebruik van carbid e.d.
-
Het is verboden acetyleengas, al dan niet afkomstig van de reactie tussen calciumcarbide (carbid) en water, als ook andere gassen op explosieve wijze te verbranden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het 1e lid genoemde verbod, indien:
gebruik wordt gemaakt van originele melkbussen en/ of andere voorwerpen met een inhoud van maximaal 50 liter, met gebruikmaking van een mengsel van lucht en acetyleengas afkomstig van de reactie tussen calciumcarbide (carbid) een water; en
het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot 20.00 uur; en
er schriftelijke toestemming is van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt; en
de aanvraag voorzien is van een kaart waarop de betreffende locatie is ingetekend; en
de plaats van waar geschoten wordt is gelegen:
op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing; en
op een afstand van tenminste 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en
op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren; en
op een locatie waar geschoten kan worden in een richting die tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen; en
op een locatie waar het vrije schootsveld minimaal 75 meter is; en
op een locatie waar in het schootsveld geen verharde openbare wegen of paden liggen.
-
De ontheffing zoals bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk op 1 december van het betreffende jaar aangevraagd te zijn. Aanvragen ingediend na 1 december worden niet in behandeling genomen.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer, de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Artikel 2:73b
Gebruik klaphamer, knalhamer of knalijzer
-
Het is verboden om op een openbare plaats gebruik te maken van een klaphamer, knalhamer of knalijzer waarbij door middel van een poeder zoals een mengsel van zwavel en kaliumchloraat, kaliumnitraat of kaliumcarbonaat, een knal of ontploffing wordt veroorzaakt.
-
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet precursoren en voor explosieven, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:26, 2:31, 2:47, 2:48, 2:48a, 2:50, 2:74 dan wel 2:74a van deze verordening niet naleven.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester heeft de bevoegdheid overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan de persoon (personen) die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen begaat (begaan) een bevel geven zich gedurende een bepaald tijdvak niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Met het oog op de in het 1e lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw een overtreding begaat een bevel geven zich gedurende ten hoogste 8 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Een bevel als bedoeld in het 2e lid kan slechts worden gegeven als de overtreding plaatsvindt binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel op grond van het 1e of 2e lid.
-
De burgemeester beperkt het (de) in het 1e of 2e lid gestelde bevel (bevelen), als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene(n) noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester kan in ieder geval een last onder bestuursdwang opleggen wegens overtreding van het 1e lid bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf.
-
De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.