-
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
-
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Visserijwet 1963 Actueel
Inhoud
Hoofdstuk VI
Artikel 54b
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
Artikel 54c
-
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2a, eerste en tweede lid, 2b, eerste lid, 2c, eerste lid, 3, 3a, 4, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 9, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, 17, eerste lid, 21, eerste lid, 27, 32, eerste lid, 35, 55, eerste lid, 61, dan wel de overtreding van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 22, tweede, derde en vijfde lid, 29, tweede lid, en 33, tiende lid, dan wel de overtreding van de voorschriften die verbonden zijn aan de op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2c, derde lid, 7, tweede lid, 17, eerste lid, en 21, tweede lid, verleende ontheffing, schriftelijke toestemming of de overeenkomst van huur en verhuur van visrecht.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding of voor categorieën van overtredingen kan worden opgelegd, waarbij afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid, de ernst van de overtreding en het daarmee behaalde voordeel wordt onderscheiden in verschillende categorieën te betalen bestuurlijke boetes. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze, waarop de boetehoogte wordt bepaald.
-
De op grond van het tweede lid te bepalen bestuurlijke boete bedraagt per overtreding ten hoogste het maximum van de boetecategorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat als maximum geldt voor de strafrechtelijke boete die voor overtreding van hetzelfde voorschrift kan worden opgelegd.
Artikel 54d
Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel 54c aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dat artikel in de praktijk.
Artikel 55
-
Ieder die de visserij uitoefent of pleegt uit te oefenen, is verplicht op eerste vordering van een opsporingsambtenaar:
deze ambtenaar in de gelegenheid te stellen zijn vaartuig te betreden;
ter inzage af te geven de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de uitoefening van de visserij vereiste bescheiden, waarvan inzage naar redelijk oordeel van deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak nodig is;
uitstaand vistuig te lichten;
gesloten viskaren te openen;
anderszins de medewerking te verlenen, die deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak behoeft.
-
Opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d.
-
Overtreding van het eerste lid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
-
De feiten strafbaar gesteld bij dit artikel worden als overtreding beschouwd.
Artikel 56
-
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2b, eerste lid, 2c en 17, eerste lid, dan wel van de voorschriften, verbonden aan op grond van de bij of krachtens die artikelen verleende ontheffingen of schriftelijke toestemmingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
-
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, 32, eerste lid, en 35, dan wel van de voorschriften, bedoeld in artikel 22, tweede, derde en vijfde lid, 29, tweede lid, en 33, tiende lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een week of geldboete van de eerste categorie.
-
De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 57
Artikel 58
De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op een ieder die zich buiten Nederland,
binnen de visserijzone schuldig maakt aan de krachtens de artikelen 3a, 4 en 5 strafbaar gestelde gedragingen;
buiten de visserijzone schuldig maakt aan de krachtens artikel 3a strafbaar gestelde gedragingen, voorzover het betreft de overtreding van regelen gesteld ter uitvoering van besluiten van een regionale visserijorganisatie houdende beheers- en instandhoudingsmaatregelen genomen op grond van de op 4 augustus 1995 te New York tot stand gekomen Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende visbestanden.
Artikel 59
Met het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld bij de artikelen 55, derde lid, 56 en 61, derde lid, zijn, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de ambtenaren van de Belastingdienst, bevoegd inzake douane en de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
Artikel 60
De in artikel 59 bedoelde ambtenaren hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm.
Artikel 61
-
De opsporingsambtenaren zijn ter vervulling van hun taak bevoegd te vorderen, dat bestuurders van vervoermiddelen, met uitzondering van openbare vervoermiddelen, deze doen stilhouden en onderzoek toestaan van de vervoermiddelen en van de zich daarin bevindende voorwerpen. Zij kunnen tevens vorderen, dat de bestuurders overeenkomstig hun aanwijzingen ter zake medewerking verlenen.
-
Onze Minister is bevoegd na overleg met Onze Minister van Justitie regelen te stellen omtrent de wijze, waarop vorderingen tot het doen stilhouden, als bedoeld in het vorige lid, worden gedaan.
-
Het opzettelijk niet voldoen aan een vordering, als bedoeld in het eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
-
Het feit strafbaar gesteld bij dit artikel wordt als overtreding beschouwd.
Artikel 62
Ook buiten het geval van ontdekking op heterdaad kunnen de opsporingsambtenaren voor inbeslagneming vatbare voorwerpen op elke plaats in beslag nemen, zomede ter inbeslagneming hun uitlevering vorderen.