Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 49

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-04-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-04-2024.
  1. Onverminderd hetgeen elders is bepaald, worden de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen ontslagen:

    1. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of tengevolge van zielsziekte;

    2. wanneer zij onder curatele zijn gesteld.

  2. Onverminderd hetgeen elders is bepaald, kunnen de in het vorige lid genoemde personen worden ontslagen:

    1. bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 50 en 51;

    2. wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zij, surséance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld.

  3. Wanneer zich een van de omstandigheden voordoet, als bedoeld in het tweede lid, zijn Onze Minister van Justitie en Onze Minister bevoegd de betrokkene in de uitoefening van zijn ambt terstond te schorsen; de schorsing mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. Op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing.

  4. Wanneer tijdens de in het derde lid bedoelde schorsing het besluit tot ontslag wordt genomen, blijft de schorsing van kracht tot het tijdstip, waarop het ontslag ingaat.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-01-2003 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-02-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 25-01-2014.

Tekst van deze versie

  1. Onverminderd hetgeen elders is bepaald, worden de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen ontslagen:

    1. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of tengevolge van zielsziekte;

    2. wanneer zij onder curatele zijn gesteld.

  2. Onverminderd hetgeen elders is bepaald, kunnen de in het vorige lid genoemde personen worden ontslagen:

    1. bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 50 en 51;

    2. wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zij, surséance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld.

  3. Wanneer zich een van de omstandigheden voordoet, als bedoeld in het tweede lid, zijn Onze Minister van Justitie en Onze Minister bevoegd de betrokkene in de uitoefening van zijn ambt terstond te schorsen; de schorsing mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. Op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing.

  4. Wanneer tijdens de in het derde lid bedoelde schorsing het besluit tot ontslag wordt genomen, blijft de schorsing van kracht tot het tijdstip, waarop het ontslag ingaat.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963