Visserijwet 1963 Actueel
Inhoud
Hoofdstuk V
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het vissen in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, regelen worden gesteld:
in het belang van de visserij in die wateren, de doelmatigheid daaronder begrepen, of
ter voorkoming van schade voor de volksgezondheid bij consumptie van de in die wateren voorkomende vis als gevolg van het gebruik van bepaalde vang- of lokmethoden.
-
Bij het stellen van regelen als bedoeld in het eerste lid wordt mede rekening gehouden met:
de belangen van de natuurbescherming, en
de invloed van het gebruik van bepaalde vang- of lokmethoden op het welzijn van de in de in het eerste lid bedoelde wateren voorkomende vis.
-
Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen mede voorschriften worden gegeven in het belang van de naleving van de aldaar bedoelde regelen.
Artikel 17
-
Het is verboden in een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder d, op het visrecht waarvan een ander de rechthebbende is, vis uit te zetten, zonder in het bezit te zijn van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
-
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder vis mede begrepen vissen, schaal- en schelpdieren en kuit, broed en zaad van vissen en schaal- en schelpdieren, die niet krachtens artikel 1, tweede lid, zijn aangewezen.
-
Voor de geldigheid van een schriftelijke toestemming als bedoeld in het eerste lid, is vereist dat deze duidelijk leesbaar en in niet uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water, de vissoort en de periode, waarvoor zij geldt en de dagtekening.
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
-
Behoudens indien het betreft het uitzetten van vis, is het verboden in een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet:
voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;
voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;
voor het vissen met een hengel door personen onder de veertien jaar die vissen onder begeleiding van een volwassene die voorzien is van de in onderdeel a bedoelde schriftelijke toestemming, of die vissen in het kader van een door de betreffende rechthebbende op het visrecht georganiseerd evenement;
voor het vissen in een binnen een afgesloten erf gelegen viswater, dat geen voor het doorlaten van vis geschikte verbinding met andere wateren bezit dan wel in een viskwekerij, die voldoet aan de door Onze Minister te stellen regelen.
Artikel 22
-
Schriftelijke toestemmingen, als bedoeld in artikel 21, mogen slechts worden verleend met goedkeuring van de Kamer.
-
Indien een doelmatig bevissen van het water, waarop de aanvrage tot het verkrijgen van goedkeuring betrekking heeft, dan wel van het complex van wateren, waartoe dat water behoort, door de voorgenomen uitreiking van schriftelijke toestemmingen zou worden belemmerd, wijst de Kamer de aanvrage af, dan wel verbindt zij aan de goedkeuring voorschriften, met dien verstande dat deze voorschriften slechts kunnen betreffen het aantal schriftelijke toestemmingen, dat ten hoogste mag worden uitgereikt, de aard van het vistuig, voor het gebruik waarvan uitsluitend schriftelijke goedkeuring mag worden verleend en de geldigheidsduur der schriftelijke toestemmingen.
-
De Kamer kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden ter verzekering van de bij de voorgenomen uitreiking betrokken belangen van derden.
-
De Kamer kan de geldigheid van de goedkeuring tot een door haar te bepalen tijdvak beperken.
-
De Kamer kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden betreffende de voor het genot der schriftelijke toestemmingen ten hoogste te berekenen vergoedingen.
-
Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van:
het verlenen van schriftelijke toestemmingen voor het vissen met een of meer hengels of een of meer peuren;
het verlenen van schriftelijke toestemmingen voor het vissen in het IJsselmeer en andere bij ministeriële regeling aan te wijzen wateren of complexen van wateren;
het verlenen van schriftelijke toestemmingen door een op grond van artikel 35 door Onze Minister aangewezen openbaar lichaam.
Artikel 23
-
Voor de geldigheid van een schriftelijke toestemming is vereist:
dat deze in duidelijk leesbaar en niet uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de visserij waarvoor zij geldt, de dagtekening, de geldigheidsduur en de voor het genot der schriftelijke toestemming berekende vergoeding;
dat het stuk, waarop de schriftelijke toestemming is gesteld, door of vanwege de Kamer is gewaarmerkt.
-
Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet:
voor schriftelijke toestemmingen, welke ingevolge het bepaalde in artikel 22, zesde lid, zonder goedkeuring van de Kamer mogen worden verleend;
voor schriftelijke toestemmingen uitgereikt door openbare lichamen.
-
De waarmerking, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts geweigerd:
indien geen goedkeuring tot uitreiking der schriftelijke goedkeuring is verleend dan wel het tijdvak tot hetwelk de geldigheid van de goedkeuring is beperkt, is verstreken;
indien het verlenen van de schriftelijke goedkeuring in strijd is met de aan de goedkeuring verbonden voorschriften;
indien een of meer der in het eerste lid, onder a, bedoelde gegevens, met uitzondering van de gegevens betreffende de houder en de dagtekening der schriftelijke goedkeuring, ontbreken.
-
De geldigheidsduur van een schriftelijke toestemming eindigt in ieder geval na verloop van drie jaren na de dagtekening der schriftelijke toestemming.
-
Het eerste lid, onderdeel a, is op een schriftelijke toestemming voor het vissen met een of meer hengels niet van toepassing voor zover degene die de schriftelijke toestemming heeft verleend de gegevens, bedoeld in dat lid, elektronisch beschikbaar heeft gesteld en de houder deze aldus beschikbaar gestelde gegevens op eerste vordering van een opsporingsambtenaar kan tonen.
Artikel 24
De bepalingen van deze paragraaf gelden niet voor de visserij in het IJsselmeer, in wateren als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel d en in andere bij ministeriële regeling aan te wijzen wateren of complexen van wateren.
Artikel 25
-
Elke overeenkomst van huur en verhuur van visrecht van enig water, zomede elke overeenkomst tot wijziging of aanvulling van zodanige overeenkomst, moet schriftelijk worden aangegaan.
-
Indien de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij bij de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin het viswater of het grootste gedeelte daarvan gelegen is, de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.
-
Tegen het vonnis van de kantonrechter staat geen hogere voorziening open.
-
De griffier van de rechtbank zendt binnen veertien dagen na de uitspraak, waarbij de overeenkomst schriftelijk is vastgelegd, drie gewaarmerkte afschriften van het vonnis aan de Kamer.
Artikel 26
-
Overeenkomsten, als bedoeld in het vorige artikel, met inbegrip van die, welke ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dat artikel schriftelijk zijn vastgelegd, behoeven de goedkeuring van de Kamer.
-
Het bepaalde in het vorige lid geldt niet voor overeenkomsten, welke zijn aangegaan door een op grond van artikel 35 door Onze Minister aangewezen openbaar lichaam.
Artikel 27
Het is de huurder van visrecht verboden de visserij uit te oefenen in het water, waarvan hij visrecht heeft gehuurd, zonder te zijn voorzien van een schriftelijke overeenkomst van huur en verhuur van dat visrecht welke in de gevallen, waarin ingevolge deze wet de goedkeuring is vereist, door de Kamer is goedgekeurd.
Artikel 28
-
De overeenkomst van huur en verhuur van visrecht geldt voor de tijd van zes jaren.
-
Een huurovereenkomst kan in bijzondere omstandigheden voor een langere of kortere duur worden aangegaan, mits een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld.
Artikel 29
-
De Kamer keurt de overeenkomst van huur en verhuur van visrecht goed, tenzij:
een doelmatig bevissen van het water, waarop de overeenkomst betrekking heeft, dan wel van het complex van wateren, waartoe dat water behoort, door de overeenkomst zou worden belemmerd;
de overeenkomst in strijd is met het bepaalde bij een ministeriële regeling, als bedoeld in artikel 35;
de prestaties, waartoe partijen zich hebben verbonden kennelijk onevenredig zijn;
de overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd dan wel is aangegaan voor een langere of kortere duur dan 6 jaren zonder dat bijzondere omstandigheden zulks rechtvaardigen.
-
De Kamer kan aan een goedkeuring voorschriften verbinden ter verzekering van de bij de uitoefening van het visrecht betrokken belangen van derden.
-
Voor de geldigheid van bepalingen, welke in strijd met de wet zijn, kan op de goedkeuring van de overeenkomst door de Kamer geen beroep worden gedaan.
-
Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overeenkomst tot wijziging of aanvulling van een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht.
Artikel 30
-
Indien de Kamer haar goedkeuring aan een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht of aan een overeenkomst tot wijziging of aanvulling van zodanige overeenkomst zou moeten onthouden, wijzigt zij de overeenkomst op het punt of de punten, welke in verband met het bepaalde in artikel 29, eerste lid, de goedkeuring verhinderen of verklaart zij haar nietig.
Uit een door de Kamer op de overeenkomst geplaatste aantekening moet blijken, dat de overeenkomst door de Kamer is gewijzigd.
-
De door de Kamer gewijzigde overeenkomst geldt als een tussen partijen aangegane en goedgekeurde overeenkomst. In geval van wijziging alsmede in geval van nietigverklaring regelt de Kamer zo nodig de gevolgen.
Artikel 31
-
Zij die voornemens zijn met elkaar een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht dan wel een overeenkomst tot wijziging of aanvulling van zodanige overeenkomst aan te gaan, zijn bevoegd een ontwerp-overeenkomst ter goedkeuring aan de Kamer in te zenden.
-
De Kamer beoordeelt de ontwerp-overeenkomst met toepassing van artikel 29, eerste lid; zij kan haar goedkeuring afhankelijk stellen van wijzigingen, welke zij in verband met het bepaalde in dat artikel nodig oordeelt.
-
Indien binnen twee maanden, nadat de Kamer een ontwerp-overeenkomst heeft goedgekeurd, een overeenkomst wordt ingezonden, welke gelijk is aan de ontwerp-overeenkomst, zoals deze werd goedgekeurd, is de Kamer tot goedkeuring gehouden.
-
Op het verzoek tot goedkeuring van het ontwerp van een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht kan niet meer worden beslist nadat de daarin als huurder genoemde persoon als zodanig op het viswater is toegelaten.
Artikel 32
-
Het is verboden in verband met een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht enig ander voordeel te bedingen of aan te nemen dan in de door de Kamer goedgekeurde overeenkomst is opgenomen.
-
Indien enig ander voordeel is aangenomen dan in de door de Kamer goedgekeurde overeenkomst is opgenomen, behoudt de goedgekeurde overeenkomst haar rechtskracht.
Artikel 33
-
Een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht, voor zover aangegaan voor een periode van zes jaren, wordt van rechtswege verlengd voor een gelijke periode, tenzij:
de verhuurder uiterlijk acht maanden voor het eind van de lopende overeenkomst aan de huurder een nieuwe overeenkomst van huur en verhuur van visrecht heeft aangeboden of aan hem schriftelijk te kennen heeft gegeven de overeenkomst van huur en verhuur van het visrecht niet te willen voortzetten, of
de huurder, indien door de verhuurder geen toepassing is gegeven aan onderdeel a, voor het einde van de lopende overeenkomst aan de verhuurder schriftelijk te kennen heeft gegeven de overeenkomst van huur en verhuur van het visrecht niet te willen voortzetten.
-
Tenzij de overeenkomst van huur en verhuur van het visrecht is aangegaan voor een jaar of een periode korter dan een jaar, kan de huurder de Kamer verzoeken de lopende overeenkomst te verlengen:
indien de verhuurder hem een nieuwe overeenkomst heeft aangeboden waarmee hij zich niet kan verenigen;
indien de verhuurder hem te kennen heeft gegeven de overeenkomst niet te willen voortzetten, of
in het geval die overeenkomst is aangegaan voor een andere tijdsduur dan zes jaren.
Dit verzoek wordt ten minste een half jaar vóór het einde van de lopende overeenkomst gedaan.
-
Een verzoek als bedoeld in het tweede lid kan worden beperkt tot een gedeelte van het visrecht, waarop de overeenkomst betrekking heeft.
-
De Kamer beslist naar billijkheid, evenwel met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.
-
De Kamer wijst het verzoek in ieder geval af indien de verhuurder de overeenkomst niet wil voortzetten wegens de omstandigheid dat de huurder voor het einde van de lopende overeenkomst de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of zal bereiken.
-
Indien een doelmatige bevissing van het water, waarop de overeenkomst betrekking heeft dan wel van het complex van wateren, waartoe dat water behoort, door de toewijzing van het verzoek zou worden belemmerd, wijst de Kamer het verzoek af dan wel beperkt zij de verlenging tot een gedeelte van het visrecht.
-
Indien en voor zover de Kamer het verzoek toewijst, stelt zij de duur vast voor welke de verlenging zal gelden en welke ten hoogste zes jaren zal bedragen.
-
Ingeval de verlenging tot een gedeelte van het visrecht wordt beperkt, stelt de Kamer de prestatie van de huurder vast.
-
Indien de Kamer een niet overeenkomstig het bepaalde in het derde lid beperkt verzoek tot verlenging toewijst, kan zij, indien daartoe naar haar oordeel aanleiding bestaat, de prestatie van de huurder herzien.
-
Indien de Kamer het verzoek geheel of onder beperkingen toewijst, kan zij de overeenkomst wijzigen of aan haar besluit voorschriften verbinden ter verzekering van de belangen van de verhuurder of van de bij de uitoefening van het visrecht betrokken visserijbelangen van derden. Alsdan is artikel 30, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34
Na het overlijden van de huurder loopt de overeenkomst met de gezamenlijke erfgenamen door tot het einde van het eerstvolgende huurjaar, behoudens eerdere beëindiging uit anderen hoofde. Is de nalatenschap ingevolge artikel 13 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek verdeeld, dan loopt de overeenkomst gedurende de in de eerste zin bedoelde termijn met de echtgenoot of geregistreerde partner van de erflater door.
Artikel 35
Indien binnen enig gebied de versnippering van de eigendom van de grond onder het viswater of van het visrecht een doelmatig bevissen van het water belemmert, kan Onze Minister, de Kamer gehoord, bij regeling bepalen, dat verhuur van het visrecht op dat water uitsluitend kan geschieden aan en vervolgens door een openbaar lichaam, door Onze Minister aangewezen in overeenstemming met dat lichaam.
Artikel 36
-
De bepalingen van deze paragraaf vinden overeenkomstige toepassing op overeenkomsten, waardoor of krachtens welke tegen een prestatie ineens of in termijnen beperkte genotsrechten voor 25 jaar of korter dan wel voor onbepaalde tijd op de grond onder het viswater worden gevestigd.
In geval van beperkte genotsrechten voor onbepaalde tijd blijft de overeenkomstige toepassing van bepalingen van deze paragraaf beperkt tot 25 jaar na de vestiging.
-
De bepalingen, die voor het beperkte genotsrecht gelden vinden slechts toepassing voor zover zij niet in strijd zijn met bepalingen van deze paragraaf.
Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
Artikel 41
Artikel 42
Artikel 43
Artikel 44
Artikel 45
Er is een Kamer voor de Binnenvisserij. De Kamer heeft haar zetel te 's-Gravenhage.
Artikel 46
-
De Kamer bestaat uit een voorzitter en ten minste zes en ten hoogste negen leden. Zij wordt bijgestaan door een secretaris.
-
Er kunnen een plaatsvervangende voorzitter en een of meer plaatsvervangende secretarissen worden benoemd.
-
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en van de plaatsvervangende voorzitter treedt het oudste lid als waarnemend voorzitter op.
Artikel 47
-
Wij benoemen en ontslaan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris alsmede de plaatsvervangende secretarissen.
-
Van de leden wordt een derde benoemd op voordracht van de door Ons aangewezen organisaties van beroepsvissers en een derde op voordracht van de door Ons aangewezen organisaties van sportvissers. De overige leden worden benoemd op voordracht van de door Ons aangewezen organisaties, welke geacht kunnen worden de eigenaren van en de beperkt gerechtigden op de grond onder het viswater te vertegenwoordigen.
De voordrachten bevatten een dubbeltal voor ieder te benoemen lid.
-
Wij bepalen het aantal leden, waarvoor elke door Ons aangewezen organisatie voordrachten kan indienen.
-
De leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij zijn bij hun aftreden weer benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij door Ons worden ontslagen.
-
De in het eerste lid bedoelde personen worden voor de aanvang hunner bediening beëdigd.
-
Bij het bereiken van de ouderdom van zeventig jaren wordt aan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand.
Artikel 48
-
Voor benoeming tot secretaris of plaatsvervangende secretaris komt in aanmerking degene:
aan wie door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of
die aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen.
-
De graden, het doctoraat of het recht, bedoeld in het eerste lid, moeten zijn verkregen op grond van het afleggen van een examen aan een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs in het Nederlands burgerlijk recht, handelsrecht, staatsrecht en strafrecht.
Artikel 49
-
Onverminderd hetgeen elders is bepaald, worden de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen ontslagen:
bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of tengevolge van zielsziekte;
wanneer zij onder curatele zijn gesteld.
-
Onverminderd hetgeen elders is bepaald, kunnen de in het vorige lid genoemde personen worden ontslagen:
bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 50 en 51;
wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zij, surséance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld.
-
Wanneer zich een van de omstandigheden voordoet, als bedoeld in het tweede lid, zijn Onze Minister van Justitie en Onze Minister bevoegd de betrokkene in de uitoefening van zijn ambt terstond te schorsen; de schorsing mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. Op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing.
-
Wanneer tijdens de in het derde lid bedoelde schorsing het besluit tot ontslag wordt genomen, blijft de schorsing van kracht tot het tijdstip, waarop het ontslag ingaat.
Artikel 50
-
De in artikel 49 bedoelde personen zijn verplicht het geheim te bewaren omtrent hetgeen hun als zodanig bekend wordt.
-
Zij mogen zich noch direct noch indirect in enig bijzonder onderhoud of gesprek inlaten met partijen of derzelver raadslieden, noch enige bijzondere onderrichting, memorie of schrifturen aannemen over enige aangelegenheid, welke aanhangig is of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze aanhangig zal worden bij de Kamer.
-
Zij mogen niet deelnemen aan de behandeling van zaken, waarbij zij in enig opzicht betrokken zijn.
Artikel 51
Het is aan de in artikel 49 bedoelde personen verboden zich te belasten met de consultatie omtrent en de verdediging van zaken, welke bij de Kamer of bij Ons aanhangig zijn, of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze bij de Kamer of bij Ons aanhangig zullen worden.
Artikel 52
-
De Kamer heeft:
een enkelvoudige afdeling, welker werkzaamheden verricht worden door de voorzitter;
meervoudige afdelingen, welke zodanig zijn samengesteld, dat noch het belang der beroepsvissers, noch dat der sportvissers, noch dat der eigenaren overheerst.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden de inrichting van de Kamer, de beëdiging van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen, alsmede de samenstelling en de werkwijze van de afdelingen van de Kamer nader geregeld. Bij die maatregel wordt mede bepaald welke zaken door de enkelvoudige afdeling, onderscheidenlijk door de meervoudige afdelingen worden behandeld.
Artikel 53
-
De voorzitter en de secretaris genieten een bezoldiging, welke bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
-
De plaatsvervangende voorzitter, de leden en de plaatsvervangende secretarissen genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
Artikel 54
Bij ministeriële regeling wordt voor de werkzaamheden van de Kamer een tarief vastgesteld.