Visserijwet 1963 Actueel

Inhoud

§ 3

Minimummaten, gesloten tijden, welzijnsregels en andere maatregelen in het belang van de visserij

Artikel 2a

  1. Het is verboden vis van een kleinere afmeting dan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor die vissoort bepaald, voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken.

  2. Het is verboden vis gedurende een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdvak, dat voor verschillende vissoorten verschillend kan worden vastgesteld, voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken.

  3. Vervallen.

  4. Het bepaalde bij het eerste en het tweede lid vindt geen toepassing in de bij of krachtens de aldaar bedoelde algemene maatregelen van bestuur te bepalen gevallen.

Artikel 2b

  1. Onze Minister is bevoegd ter voorkoming of bestrijding van ziekte onder de vis, regelen te stellen ten aanzien van het uitoefenen van de visserij.

  2. Vervallen.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder vis mede begrepen de vissen, schaal- en schelpdieren van andere dan de overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid, aangewezen soorten.

Artikel 2c

  1. Het is verboden vis te bedwelmen, te verwonden of te doden met bij ministeriële regeling aan te wijzen middelen.

  2. Vervallen.

  3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Deze ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Hij kan aan zodanige ontheffing voorschriften verbinden.

← terug naar Visserijwet 1963