Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 3a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van op grond van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties opgelegde verplichtingen of verleende bevoegdheden regelen worden gesteld in het belang van de visserij.

  2. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, kunnen mede voorschriften worden gegeven in het belang van de naleving van de aldaar bedoelde regelen.

  3. De in het tweede lid bedoelde voorschriften kunnen mede inhouden het opleggen van een verplichting aan hen die vis van een aanvoerder betrekken en hen, die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis tot het voeren van een administratie en tot het doen van opgave aan een bij die voorschriften aangewezen autoriteit van de hoeveelheden vis door hen van een aanvoerder betrokken onderscheidenlijk aan hen ter veiling aangeboden.

  4. De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, wordt Ons niet gedaan, dan nadat Onze Minister met de daarbij in belangrijke mate betrokken bedrijfslichamen overleg heeft gepleegd.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-01-2003 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-02-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-02-2002.

Tekst van deze versie

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van op grond van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties opgelegde verplichtingen of verleende bevoegdheden regelen worden gesteld in het belang van de visserij.

  2. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, kunnen mede voorschriften worden gegeven in het belang van de naleving van de aldaar bedoelde regelen.

  3. De in het tweede lid bedoelde voorschriften kunnen mede inhouden het opleggen van een verplichting aan hen die vis van een aanvoerder betrekken en hen, die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis tot het voeren van een administratie en tot het doen van opgave aan een bij die voorschriften aangewezen autoriteit van de hoeveelheden vis door hen van een aanvoerder betrokken onderscheidenlijk aan hen ter veiling aangeboden.

  4. De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, wordt Ons niet gedaan, dan nadat Onze Minister met de daarbij in belangrijke mate betrokken bedrijfslichamen overleg heeft gepleegd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963