Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 21

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-02-2002.
  1. Het is verboden in een water, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder <em>d</em>, te vissen voorzover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    1. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke vergunning van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;

    2. voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de vergunning behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;

    3. voor het vissen met niet meer dan één hengel, geaasd met door Onze Minister ingevolge artikel 10, zevende lid, onder <em>a</em>, aangewezen aas, in openbare vaarwateren voor zover deze niet in het belang van een doelmatige bevissing bij ministeriële regeling zijn uitgezonderd, zomede in andere wateren, voor zover deze op verzoek van de eigenaren van de grond daaronder bij ministeriële regeling zijn aangewezen;

    4. voor het vissen in een viswater, als bedoeld in artikel 10, negende lid, dan wel in een viskwekerij, ten aanzien waarvan een ontheffing is verleend, als bedoeld in het tiende lid van dat artikel.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-01-2003 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-02-2002 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2007.

Tekst van deze versie

  1. Het is verboden in een water, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder <em>d</em>, te vissen voorzover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    1. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke vergunning van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;

    2. voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de vergunning behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;

    3. voor het vissen met niet meer dan één hengel, geaasd met door Onze Minister ingevolge artikel 10, zevende lid, onder <em>a</em>, aangewezen aas, in openbare vaarwateren voor zover deze niet in het belang van een doelmatige bevissing bij ministeriële regeling zijn uitgezonderd, zomede in andere wateren, voor zover deze op verzoek van de eigenaren van de grond daaronder bij ministeriële regeling zijn aangewezen;

    4. voor het vissen in een viswater, als bedoeld in artikel 10, negende lid, dan wel in een viskwekerij, ten aanzien waarvan een ontheffing is verleend, als bedoeld in het tiende lid van dat artikel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963