-
Het is de kapitein verboden een reis te ondernemen of voort te zetten zonder dat de vereiste geldige certificaten zijn afgegeven of - in het geval bedoeld in artikel 2bis - de vereiste geldige verklaring is afgegeven.
-
Het is de kapitein verboden een reis te ondernemen of voort te zetten, terwijl één of meer van de vereiste certificaten ingevolge het bepaalde in artikel 7, derde lid, zijn ingetrokken.
-
Het is de kapitein verboden te handelen in strijd met de voorschriften en beperkingen, krachtens artikel 2bis of 3, tweede lid, verbonden aan een verklaring onderscheidenlijk een certificaat.
Schepenwet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VI
Artikel 53
De eigenaar of de kapitein is verplicht de vereiste geldige certificaten of - in het geval bedoeld in artikel 2bis - de vereiste geldige verklaring op eerste aanvraag te tonen aan de in artikel 63 bedoelde ambtenaren.
Artikel 54
Het is de kapitein verboden met een schip een reis te ondernemen of voort te zetten, indien en zolang het op grond van artikel 16 door een ambtenaar van de scheepvaartinspectie is aangehouden of zolang door de ambtenaar, belast inzake douane, geen expeditie is verleend.
Artikel 54bis
Artikel 55
Het is de eigenaar van een schip verboden de kapitein van dat schip door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen opzettelijk te bewegen ten aanzien van dat schip in strijd te handelen met het bepaalde in artikel 9, derde lid, 52 of 54.
Artikel 56
-
Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste, tweede en derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, 28, vierde lid, 32, eerste lid, tweede volzin, 52, 53, 54 en 55 zijn strafbare feiten.
-
Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 9, derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, en 52, eerste en derde lid, zijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan en overigens overtredingen. Gedragingen in strijd met de artikelen 52, tweede lid, 54 en 55 zijn misdrijven. Gedragingen in strijd met de overige in het eerste lid genoemde artikelen zijn overtredingen.
-
Niet strafbaar is hij die aan de in artikel 53 vermelde aanvraag geen gevolg geeft, omdat hij het bedoelde document nog niet heeft kunnen verkrijgen.
Artikel 57
-
De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste de vierde boetecategorie.
-
Gedragingen in strijd met artikel 55, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste de vierde boetecategorie.
-
De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.
-
Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.
Artikel 58
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.
Artikel 59
-
Door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een bestuurlijke boete worden opgelegd aan een eigenaar die handelt in strijd met de bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen of de in artikelen 53 en 55 gestelde verboden.
-
De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze niet opzettelijk is begaan, of in strijd met artikel 53 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde boetecategorie.
-
De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze opzettelijk is begaan of in strijd met artikel 55 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de vierde boetecategorie.
Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62
Indien de eigendom van een schip behoort aan een rechtspersoon, worden voor toepassing van artikel 55 als eigenaren aangemerkt alle leden van het bestuur, die het strafbare feit hebben gepleegd.
Artikel 63
-
Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.
-
De door eenen Nederlandschen consulairen ambtenaar of eenen, in het vorige lid bedoelden, ambtenaar in Aruba, Curaçao of Sint Maarten opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der door hen geconstateerde daarin omschreven strafbare feiten, mits zij bevestigd worden door zijnen daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).
-
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd om al datgene, wat dienen kan tot het bewijs van het strafbaar gestelde feit, in beslag te nemen en de uitlevering daarvan, ter inbeslagneming, te vorderen.
-
Bij het opsporen van een bij deze rijkswet strafbaar gesteld feit hebben de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Artikel 64
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze rijkswet en daarbij de beschikkinjg krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
Artikel 65
De bij en krachtens deze rijkswet gestelde strafbepalingen zijn toepasselijk op ieder, die zich hetzij binnen, hetzij buiten het rijk in Europa schuldig maakt aan eenig bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gesteld feit.
Artikel 66
Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar in het kader van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten die betrekking hebben op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld, kan overtreding van deze besluiten ook als strafbaar feit worden aangemerkt, indien deze besluiten in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.
Artikel 66a
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen ter uitvoering van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bij of krachtens deze rijkswet geregelde onderwerpen die betrekking hebben op:
de bescherming van mensenlevens op zee, die op één of meerdere landen binnen het Koninkrijk van toepassing zijn;
de veiligheid van de navigatie.