-
Van Staatswege wordt onderzoek gedaan naar de oorzaken van plaats gehad hebbende scheepsrampen.
-
Het onderzoek bestaat uit een voorloopig onderzoek door de scheepvaartinspectie, zoo noodig gevolgd door een onderzoek door den Raad voor de scheepvaart.
-
Het voorloopig onderzoek wordt ingesteld wanneer een schip door eene ramp is getroffen, tenzij de ramp een schip betreft dat in gebruik is bij Onze Minister van Defensie of een buitenlandse krijgsmacht.
Schepenwet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk IV
Artikel 28
-
De commissarissen der loodsen en de havenmeesters van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, zenden onverwijld aan het hoofd van de scheepvaartinspectie, onderscheidenlijk aan het districtshoofd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, afschriften van de door hen over scheepsrampen opgemaakte processen-verbaal, die mede door de door hen gehoorde personen, ieder voor zooveel zijne eigene verklaring betreft, worden onderteekend.
-
De notarissen en de autoriteiten, voor wie scheepsverklaringen als bedoeld in het tweede lid van artikel 353 van het Wetboek van Koophandel of een overeenkomstige regeling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn afgelegd, zenden onverwijld afschriften van deze stukken aan het hoofd van de scheepvaartinspectie. Betreft het een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan worden de stukken aan de Scheepvaartinspectie in het betreffende land gezonden.
-
De Nederlandsche consulaire ambtenaren maken van elke in hun ambtsgebied aan een schip, als bedoeld in artikel 2, overkomen ramp een proces-verbaal op en zenden dit, nadat het ook door de door hen gehoorde personen onderteekend is en wel door ieder voor zooveel zijne eigene verklaring betreft, onverwijld aan het hoofd van de scheepvaartinspectie.
-
De personen, die ingevolge het bepaalde bij het eerste en derde lid van dit artikel worden uitgenoodigd tot het geven van inlichtingen en tot het onderteekenen van het proces-verbaal, zijn verplicht aan die uitnoodiging gevolg te geven.
-
Indien de in het vorige lid bedoelde personen òf weigeren, òf nalaten, òf niet bij machte zijn het proces-verbaal te onderteekenen, wordt daarvan, onder vermelding der reden, in het proces-verbaal melding gemaakt.
Artikel 29
-
Het hoofd van de scheepvaartinspectie stelt, met inachtneming van het voorschrift in het derde lid van artikel 27 gegeven, nopens elke te zijner kennis gekomen scheepsramp een onderzoek in of doet dit instellen door een of meer der in artikel 10 bedoelde ambtenaren en deelt de uitkomsten van dit onderzoek zoo spoedig mogelijk onder overlegging van stukken aan den voorzitter van den Raad mede, vergezeld van zijn voorstel om met het oog op aard en omvang van de ramp al dan niet een onderzoek daarnaar door den Raad te doen instellen. Hij kan daarbij eene opgave indienen van de getuigen en deskundigen, wier verhoor tijdens de behandeling voor den Raad hij noodig acht. Betreft de scheepsramp een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan treedt een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op en worden de uitkomsten van het onderzoek met de stukken aan de in artikel 26bis genoemde commissie ter hand gesteld, die hiermede handelt als voor de Raad voor de Scheepvaart is voorgeschreven.
-
Over het voorstel van het hoofd van de scheepvaartinspectie om al dan niet een onderzoek in te stellen wordt beslist door eene commissie uit den Raad, bestaande uit den voorzitter en twee door dezen opgeroepen leden. Wijst deze commissie het voorstel af, dan heeft het hoofd van de scheepvaartinspectie het recht te vorderen, dat de Raad de beslissing herziet, waarna de voorzitter zoo spoedig mogelijk den Raad bijeenroept, die - na het hoofd van de scheepvaartinspectie te hebben gehoord - ter zake eene eindbeslissing neemt. De leden der commissie, met uitzondering van den voorzitter, nemen aan deze zitting geen deel.
Artikel 30
-
De artikelen 11, derde lid, 12, derde lid, 13, 17, eerste en tweede lid, 24, 25, 27 en 28 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 zijn, voorzover zij niet afwijken van de voorgaande bepalingen van deze rijkswet, van toepassing op het onderzoek, in te stellen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de door hem krachtens artikel 29, eerste lid, met het onderzoek belaste ambtenaren en door de Raad.
-
Dezen komen dezelfde bevoegdheden toe als bij die artikelen aan de aldaar bedoelde commissie van onderzoek zijn toegekend.
-
Nochtans zal in het geval, geregeld bij artikel 13 der in het eerste lid genoemde wet, het bevel van medebrenging mede door den voorzitter van den Raad kunnen worden verleend.
-
Ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis, eerste, tweede en derde lid, en de aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden overeenkomstige regelen bij Landsverordening gesteld.
Artikel 31
Aan getuigen en deskundigen, voor zooverre hunne dienstverhouding tot het Rijk of tot Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet medebrengt, dat zij hunne medewerking verleenen zonder eene schadeloosstelling, wordt, zoo zij dit verlangen, eene schadeloosstelling toegelegd naar den maatstaf der tarieven van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken.
Artikel 32
De Scheepvaartinspectie en de Raad kunnen overlegging vorderen binnen eenen bepaalden termijn van scheepsdagboeken, machinedagboeken, scheepsverklaringen, monsterrollen, strafregisters en van alle andere voor het onderzoek vereischte bescheiden, zoowel van de kapiteins der schepen, bij de scheepsramp betrokken geweest, als van ieder ander, die de stukken onder zijne berusting heeft. De personen tot wie een vordering wordt gericht tot overlegging van de genoemde bescheiden, zijn verplicht deze stukken binnen de gestelde termijn over te leggen in de staat waarin zij zich ten tijde van de vordering bevinden.
Artikel 33
-
De kapitein, de stuurlieden en de machinisten of een functie gelijkwaardig aan machinisten van een schip, hetwelk door eene ramp is getroffen of eene ramp heeft veroorzaakt, en voorts ieder, die meent over de oorzaken van de ramp licht te kunnen verspreiden, kunnen verzoeken, zoowel dat zij zelven gehoord worden, als ook bepaaldelijk door hen aangewezen personen, van wie evenzeer het geven van ter zake dienende inlichtingen kan worden verwacht.
-
Van zoodanige verzoeken wordt, indien daaraan door den leider van het onderzoek geen gehoor wordt gegeven, in het proces-verbaal van het onderzoek aanteekening gehouden.
-
De verzoekers mogen tot de verschenen getuigen vragen doen richten, met dien verstande, dat aan den leider van het onderzoek de beslissing blijft, of eene vraag al dan niet zal worden gesteld.
Artikel 34
-
Indien tijdens het voorloopig onderzoek nopens eene scheepsramp omstandigheden aan het licht komen, welke bij het hoofd van de scheepvaartinspectie de vraag doen rijzen, of de kapitein of één of meer officieren ongeschikt zijn om hunne beroepsplichten te vervullen, verbindt hij aan zijn voorstel om een onderzoek naar de scheepsramp te doen instellen, de voordracht om dien kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist te hooren.
-
Ook indien geene scheepsramp heeft plaats gehad kan in bijzondere omstandigheden het hoofd van de scheepvaartinspectie aan den Raad voor de scheepvaart voorstellen een onderzoek in te stellen naar de ongeschiktheid van den kapitein of van één of meer officieren.
-
Beslist de commissie uit den Raad of de Raad, dat de kapitein of één of meer officieren ter zake zal worden gehoord, dan wordt den betrokkene een afschrift der beslissing beteekend. Voorts wordt gehandeld overeenkomstig het vierde lid van artikel 29.
-
Indien echter eerst tijdens het onderzoek, door den Raad gehouden, omstandigheden aan het licht komen, welke bij het hoofd van de scheepvaartinspectie of bij den Raad de vraag doen rijzen, of de ramp is veroorzaakt door de ongeschiktheid van den kapitein of van één of meer officieren, dan kan de Raad op voorstel van het hoofd van de scheepvaartinspectie of uit eigen beweging besluiten, dat ook over deze vraag het onderzoek zal loopen.
-
Is de betrokkene ter zitting aanwezig, dan deelt de voorzitter hem de beslissing van den Raad mede. Aan den betrokkene kan op zijn verzoek een uitstel voor de verdere behandeling van de zaak worden verleend.
-
Is de betrokkene niet ter zitting aanwezig, dan wordt de verdere behandeling der zaak geschorst tot een nader door den voorzitter te bepalen dag en uur en wordt de betrokkene onder beteekening van ’s Raads beslissing tegen die zitting opgeroepen.
-
De betrokkene heeft het recht zich bij de behandeling zijner zaak door eenen raadsman te doen bijstaan of zich te doen vertegenwoordigen door eenen bijzonder voor dit doel gemachtigde, behoudens de verplichting van den betrokkene om in persoon te verschijnen, wanneer de Raad dit vordert. De betrokkene en zijn raadsman, of zijn gemachtigde, hebben het recht de stukken van het voorloopig onderzoek vóór de behandeling van de zaak te ontvangen.
-
De Raad kan in de gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid, bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene tevens onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein of één of meer officieren op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.
Artikel 35
-
De betrokkene kan verzoeken, dat reeds gehoorde getuigen of nader door hem bepaald aangewezen personen alsnog zullen worden gehoord. Bij afwijzing van dit verzoek wordt daarvan aanteekening gehouden in het proces-verbaal der zitting.
-
Van het afleggen van verklaringen als getuige of deskundige kunnen zich verschoonen des betrokkenen echtgenoot en zijne bloed- en aanverwanten tot den vierden graad ingesloten.
Artikel 36
-
De Raad kan, hetzij op vordering van het hoofd van de scheepvaartinspectie, hetzij dien hoofdambtenaar gehoord, bij eene met redenen omkleede beslissing den kapitein of één of meer officieren onbevoegd verklaren om als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen, indien hij den betrokkene ongeschikt acht om zijne beroepsplichten te vervullen.
-
De onbevoegdverklaring gaat in op den dag van de beteekening van de uitspraak.
Artikel 37
-
Is de betrokkene niet persoonlijk of bij gemachtigde op de gedane oproeping verschenen, dan wordt verstek tegen hem verleend en het onderzoek buiten zijne tegenwoordigheid voortgezet en te zijnen aanzien beslist.
-
Heeft de behandeling der zaak plaats gehad buiten tegenwoordigheid van den onbevoegdverklaarde of diens gemachtigde, dan kan hij, indien de uitspraak hem in persoon is beteekend, binnen veertien dagen na die beteekening, of, indien de uitspraak hem niet in persoon is beteekend, binnen veertien dagen nadat zich eene omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit, dat de uitspraak hem bekend was, daartegen verzet doen bij eene schriftelijke memorie, te richten aan den voorzitter, die daarvan desverlangd een bewijs van ontvangst afgeeft of doet afgeven. Bevindt de onbevoegdverklaarde zich niet hier te lande, dan wordt de termijn met twee maanden verlengd.
-
Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak niet.
Artikel 38
-
Na de indiening van de memorie stelt de voorzitter van den Raad het hoofd van de scheepvaartinspectie met de memorie in kennis of doet hem daarmede in kennis stellen en bepaalt eerstgenoemde onverwijld dag en uur voor de behandeling van het verzet.
-
De voorzitter roept den onbevoegdverklaarde tegen het tijdstip, voor de zitting bepaald, op.
-
De Raad is bevoegd het onderzoek te heropenen of, na den onbevoegdverklaarde in de gelegenheid te hebben gesteld zijne memorie mondeling toe te lichten, dadelijk einduitspraak te doen.
-
Wordt bij de einduitspraak na gedaan verzet het ontnemen der bevoegdheid niet gehandhaafd, dan wordt de bevoegdheid geacht niet te zijn ontnomen.
Artikel 39
-
De onbevoegdverklaarde is verplicht de in het betreffende land van het Koninkrijk geldige diploma’s of daaraan gelijkwaardige documenten van zijn vroegere bevoegdheid of - indien hij in het bezit is van een door een bevoegde autoriteit in dat land afgegeven verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als bedoeld in het Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst 1978, met Bijlage (Trb. 1981, 144) - deze verklaring onmiddellijk na de betekening van de uitspraak af te geven aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
-
Wordt iemand onbevoegd verklaard om als kapitein maar niet tevens om als stuurman op te treden, dan zal hem, zo hij in het bezit is van een diploma of een verklaring als bedoeld in het eerste lid, desverlangd door Onze Minister, onderscheidenlijk de tot afgifte van de verklaring bevoegde autoriteit een diploma onderscheidenlijk een verklaring worden uitgereikt met de beperking dat de bevoegdheid om als kapitein op te treden is uitgesloten.
Artikel 40
Wanneer, nadat door den Raad voor de scheepvaart krachtens artikel 36 eene bevoegdheid is ontnomen, nieuwe feiten aan het licht komen, welke tijdens het eerste onderzoek nog niet bekend waren en welke op de beslissing invloed zouden kunnen hebben gehad, wordt door den Raad opnieuw een onderzoek ingesteld en wordt de zaak voor zooveel noodig opnieuw behandeld.
Artikel 41
Door den Raad voor de scheepvaart kan de ontnomen bevoegdheid aan den belanghebbende geheel of gedeeltelijk worden teruggegeven, wanneer mag worden aangenomen, dat hij geschikt is zijne beroepsplichten te vervullen.
Artikel 42
-
Wanneer de behandeling van eene zaak voor den Raad is afgeloopen, wordt door den voorzitter van den Raad in het openbaar uitspraak gedaan.
-
Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek.
-
Is door den Raad krachtens het bepaalde in artikel 36 eene bevoegdheid ontnomen, of heeft de Raad tot het ontnemen van eene bevoegdheid niet besloten, hoewel het hoofd van de scheepvaartinspectie daartoe heeft geraden, dan worden aan dit deel van het onderzoek in de uitspraak afzonderlijke overwegingen gewijd.
-
Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie toegezonden.
-
De uitspraken worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt.
-
Indien de uitspraak van een Commissie als bedoeld in artikel 26bis doet vermoeden, dat zich een der gevallen, bedoeld in artikel 34, eerste lid en artikel 48, eerste en tweede lid, voordoet en zich geen geval voordoet, waarin de Raad voor de Scheepvaart de zaak heeft terugverwezen naar de betrokken Commissie, handelt het hoofd van de scheepvaartinspectie als in artikel 29 is aangegeven voor een schip, niet varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
Artikel 43
-
De oproeping van getuigen, deskundigen en van betrokkenen geschiedt, tenzij de wet anders bepaalt of toelaat, door toezending van een gewone of aangetekende brief over de post.
-
De termijn van oproeping van getuigen, deskundigen en van betrokkenen is, voor het geval zij in Nederland woonachtig zijn of verblijf houden, van twee vrije dagen. Is hun woonplaats elders of onbekend, dan stelt de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart die termijn vast.
-
Betekening van oproepingen en van beslissingen van de Raad voor de Scheepvaart vindt plaats indien de voorzitter zulks noodzakelijk oordeelt.
-
Betekening van oproepingen, van beslissingen en uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart geschiedt door uitreiking van het stuk door de post of, in spoedeisende gevallen dan wel wanneer dit om andere reden wenselijk is, door een dienaar van de openbare macht of enige andere ambtenaar.
-
Ingeval de persoon met de betekening belast noch de persoon aan wie een oproeping, beslissing of uitspraak moet worden betekend, noch iemand van diens huisgenoten aan diens woon- of verblijfplaats aantreft zal hij het afschrift terstond toezenden aan de secretaris van de Raad voor de Scheepvaart, die het afschrift als aangetekende brief zo spoedig mogelijk over de post aan de betrokkene zal toezenden.
-
Voor zijn verrichtingen ingevolge dit artikel ontvangt de deurwaarder een vergoeding overeenkomstig bij algemene maatregel van rijksbestuur te stellen regelen.
Artikel 44
-
De Raad is bij de behandeling van zaken, als in dit hoofdstuk bedoeld, aan geene andere vormen gebonden, dan bij deze rijkswet zijn bepaald.
-
Het hoofd van de scheepvaartinspectie is bevoegd de zittingen van den Raad, ook die, welke met gesloten deuren worden gehouden, bij te wonen. Hij kan zich echter bij alle werkzaamheden in dit hoofdstuk bedoeld door eenen inspecteur doen vervangen.
Artikel 45
De kosten van het onderzoek volgens de bepalingen van dit hoofdstuk worden gedragen door het Rijk voorzover het gedaan wordt door de Raad voor de Scheepvaart en door Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, voorzover het gedaan wordt door de in het betreffende land werkzame Commissie van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis.
Artikel 46
Aan belanghebbenden wordt kosteloos inzage en voor hunne kosten uittreksel of afschrift van de uitspraken van den Raad door den secretaris verstrekt, berekend volgens het tarief voor uittreksels of afschriften van vonnissen in strafzaken.
Artikel 47
Blijkt bij het onderzoek, dat door iemand een strafbaar feit is gepleegd, dan wordt de bevoegde ambtenaar van het openbaar ministerie daarmede door den leider van het onderzoek in kennis gesteld.