Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 2

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Behoudende het bepaalde in het vijfde lid, zijn deze rijkswet en daarop berustende bepalingen van toepassing op zeeschepen die gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, met uitzondering van:

    1. oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die de vlag van het Koninkrijk voeren en in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;

    2. reddingvaartuigen;

    3. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de kust worden gebracht;

    4. pleziervaartuigen;

    en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:

    1. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;

    2. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;

    3. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.

  2. Deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES, met uitzondering van:

    1. reddingvaartuigen;

    2. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de kust worden gebracht;

    3. pleziervaartuigen;

    en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:

    1. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;

    2. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;

    3. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.

  3. De bepalingen van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op bij Landsverordening van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varende met een zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.

  4. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van één of meer krachtens deze rijkswet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd.

  5. In uitzonderlijke gevallen kan hetgeen bij of krachtens deze rijkswet is geregeld, bij algemene maatregel van rijksbestuur van toepassing worden verklaard op categorieën schepen die krachtens het eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de toepassing van deze rijkswet zijn uitgezonderd.

  6. Met betrekking tot de bemanning van schepen in openbare dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. DeBehoudende bepalingenhet vanbepaalde in het vijfde lid, zijn deze rijkswet zijnen daarop berustende bepalingen van toepassing op dezeeschepen indie Nederland thuis behoorende schepen, welke bestemdgerechtigd zijn dande welvlag gebezigdvan wordenhet om eene reisKoninkrijk te ondernemen,voeren, met uitzondering van:

    1. Nederlandse oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die de vlag van het Koninkrijk voeren en in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;
    2. reddingvaartuigen;

    3. onoverdekte visschersvaartuigen,vissersvaartuigen, welkedie in dende regel niet buiten het zicht van de Nederlandsche kust worden gebracht;
    4. pleiziervaartuigen, welke uitsluitend als zodanig worden gebezigd, voorzover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren;pleziervaartuigen;

    schepen, welke varen onder vreemde vlag en welke niet vallen onder de omschrijving, voorkomende in het derde lid van dit artikel onder II; en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:

    1. schepen, welkedie slechts bij uitzondering, hetzij over kortenkorte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitenbuitengaats deworden in artikel 1 genoemde lijn varen;gebracht;
    2. schepen, welkedie hetzij hierin teeen landeland van het Koninkrijk voor buitenlandschebuitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en welkedie over zee naar hunnehun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;
    3. schepen, welke uitsluitend voor het houden van eeneneen proeftochtproefvaart eeneeen reis ondernemen.
  2. DeDeze rijkswet en daarop berustende bepalingen van deze rijkswet zijn mede van toepassing op bijschepen Landsverordeningals bedoeld in artikel 2 van Aruba,de vanVaartuigenwet Curaçao,1930 onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varendeBES, met eenuitzondering zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.van:

    1. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt een schip geacht in Nederland thuis te behooren in de twee na te noemen gevallen:reddingvaartuigen;
    2. Iindienonoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het kantoor,zicht waarvoorvan hetde vaart,kust inworden Nederland is gevestigd;gebracht;
    3. IIindien het in Nederland wordt uitgerust en zijne bemanning voor ten minste de helft uit Nederlanders of Rijksingezetenen bestaat.pleziervaartuigen;

    Meten, betrekkingbehoudens tothet de bemanningen van schepenbepaalde in openbareartikel dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.2bis:

    1. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;
    2. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;
    3. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.
  3. De bepalingen van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op bij Landsverordening van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varende met een zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.
  4. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van één of meer krachtens deze rijkswet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd.
  5. In uitzonderlijke gevallen kan hetgeen bij of krachtens deze rijkswet is geregeld, bij algemene maatregel van rijksbestuur van toepassing worden verklaard op categorieën schepen die krachtens het eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de toepassing van deze rijkswet zijn uitgezonderd.
  6. Met betrekking tot de bemanning van schepen in openbare dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet