Schepenwet

Inhoud
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Hoofdstuk II Voorkoming van scheepsrampen
Hoofdstuk III De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoofdstuk III A De veiligheidscommissies
Hoofdstuk IV Onderzoek van scheepsrampen
Hoofdstuk V Maatregelen van tucht
Hoofdstuk VI Verplichtingen en strafbepalingen
Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 1

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Voor de toepassing van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. bemanning: kapitein en alle personen die zich als officier of gezel aan boord bevinden of zich als zodanig hebben verbonden;

    2. boetecategorie: categorie die voor een overtreding of misdrijf ten hoogste kan worden opgelegd, als bedoeld in:

      1. artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

      2. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Aruba;

      3. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Curaçao;

      4. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Nederland, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Nederland; of

      5. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Sint Maarten;

    3. buitengaats brengen: voor zover het betreft het verlaten van

      1. het Europese deel van het Nederlandse gebied en het Duitse gebied, gelegen aan de landzijde van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn: het brengen van een schip aan de buitenzijde van deze lijn;

      2. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba: het verlaten van een haven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

      3. Aruba, Curaçao of Sint Maarten: het verlaten van een haven in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten;

      4. andere gebieden dan vermeld onder a, b en c: het brengen van een schip aan de buitenzijde van de lijn zoals deze door de overheid ter plaatse voor het buitengaats brengen is vastgesteld, dan wel volgens plaatselijke gewoonte wordt aangenomen;

    4. eigenaar:

      1. natuurlijk persoon of rechtspersoon die als eigenaar van het schip staat geregistreerd;

      2. natuurlijk persoon of rechtspersoon die het schip in gebruik heeft genomen en daarmee verantwoordelijkheid voor het gebruik van het schip heeft overgenomen van de eigenaar, bedoeld in onderdeel a, van het schip, hieronder mede begrepen de rompbevrachter; of

      3. indien het een vissersvaartuig betreft: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar, bedoeld in onderdeel a of b, de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersvaartuig heeft overgedragen;

    5. kapitein: gezagvoerder van een schip;

    6. Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden;

    7. officier: lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of radio-operator vervult;

    8. ondernemen van een reis: buitengaats brengen van een schip

    9. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

    10. passagier: persoon aan boord, met uitzondering van:

      1. de kapitein en de overige leden van de bemanning;

      2. andere personen die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn;

      3. kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijd van een jaar nog niet hebben bereikt;

    11. pleziervaartuig: schip dat uitsluitend bestemd is of gebruikt wordt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, voor zover geen vergoeding wordt betaald voor het vervoer van passagiers;

    12. schip: elke zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;

    13. verscheper: natuurlijk persoon of rechtspersoon die als verscheper wordt genoemd op de zeevrachtbrief, het vervoersdocument of elektronisch vervoersbestand of een vergelijkbaar multimodaal vervoersdocument en in wiens naam of namens wie een overeenkomst van goederenvervoer als bedoeld in artikel 370 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, is afgesloten met een vervoerder;

    14. vissersvaartuig: schip dat is uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;

    15. zeeschip: schip die blijkens zijn constructie bestemd is om in zee te drijven en drijft of heeft gedreven.

01-07-2026 Huidig 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. Voor de toepassing van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. buitengaatsbemanning: brengen,kapitein vooren zoveralle hetpersonen betreftdie hetzich verlatenals vanofficier of gezel aan boord bevinden of zich als zodanig hebben verbonden;
    2. boetecategorie: categorie die voor een overtreding of misdrijf ten hoogste kan worden opgelegd, als bedoeld in:

      1. artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
      2. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Aruba;
      3. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Curaçao;
      4. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Nederland, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Nederland; of
      5. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Sint Maarten;
    3. buitengaats brengen: voor zover het betreft het verlaten van

      1. het Europese deel van het Nederlandse gebied en het Duitse gebied, gelegen aan de landzijde van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn: het brengen van een schip aan de buitenzijde van deze lijn;

      2. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba: het verlaten van een der havenshaven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
      3. Aruba, Curaçao of Sint Maarten: het verlaten van een der havenshaven in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten;
      4. andere gebieden dan vermeld onder a, b en c: het brengen van een schip aan de buitenzijde van de lijn zoals deze door de overheid ter plaatse voor het buitengaats brengen is vastgesteld, dan wel volgens plaatselijke gewoonte wordt aangenomen.aangenomen;
    4. het ondernemen van eene reis: het buitengaats brengen van een schip;eigenaar:

      1. Onzenatuurlijk Minister:persoon Onzeof Ministerrechtspersoon die als eigenaar van Verkeerhet enschip Waterstaat;staat geregistreerd;
      2. schepelingen:natuurlijk allen,persoon of rechtspersoon die zichhet alsschip scheepsofficierenin gebruik heeft genomen en daarmee verantwoordelijkheid voor het gebruik van het schip heeft overgenomen van de eigenaar, bedoeld in onderdeel a, van het schip, hieronder mede begrepen de rompbevrachter; of scheepsgezellen aan boord bevinden of zich als zoodanig hebben verbonden;
      3. kapitein:indien elkhet gezagvoerdereen vissersvaartuig betreft: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar, bedoeld in onderdeel a of b, de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van eenhet schipvissersvaartuig ofheeft die dezen vervangt;overgedragen;
    5. passagiers:kapitein: allegezagvoerder personenvan aaneen boord, met uitzondering van:schip;
    6. 1°deKoninkrijk: kapiteinKoninkrijk ender de schepelingen;Nederlanden;
    7. 2°andereofficier: personen,lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van heteen schip ineen dienstfunctie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of tewerkgesteldradio-operator zijn;vervult;
    8. 3°kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijdondernemen van een jaarreis: nogbuitengaats nietbrengen hebbenvan bereikt.een schip
    9. passagiersschip:Onze elkMinister: schip,Onze datMinister doorvan denInfrastructuur eigenaaren bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert;Waterstaat;
    10. vissersvaartuig:passagier: elkpersoon vaartuig,aan datboord, gebezigdmet wordtuitzondering voor het vangen van vis, walvissen, zeehonden, walrussen of andere levende rijkdommen van de zee.van:

      1. Voorde kapitein en de toepassingoverige leden van dezede rijkswet wordt onder "schip" begrepen een vaartuig, een sleepschip, een dok en elk ander dergelijk drijvend voorwerp, hetwelk over zee naar zijne bestemming wordt gesleept.bemanning;
      2. Voorandere depersonen toepassingdie, vanin dezewelke rijkswethoedanigheid wordt,ook, ookaan watboord deten strafbepalingen betreft, onder "eigenaar" verstaan de persoon die het beheer over het schip heeft, hetzij hij eigenaar of boekhouder van de rederijbehoeve van het schip is, hetzij hem het schip in gebruikdienst isof gegeven.tewerkgesteld zijn;
      3. kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijd van een jaar nog niet hebben bereikt;
    11. pleziervaartuig: schip dat uitsluitend bestemd is of gebruikt wordt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, voor zover geen vergoeding wordt betaald voor het vervoer van passagiers;
    12. schip: elke zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;
    13. verscheper: natuurlijk persoon of rechtspersoon die als verscheper wordt genoemd op de zeevrachtbrief, het vervoersdocument of elektronisch vervoersbestand of een vergelijkbaar multimodaal vervoersdocument en in wiens naam of namens wie een overeenkomst van goederenvervoer als bedoeld in artikel 370 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, is afgesloten met een vervoerder;
    14. vissersvaartuig: schip dat is uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
    15. zeeschip: schip die blijkens zijn constructie bestemd is om in zee te drijven en drijft of heeft gedreven.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Schepenwet